Amsterdam, Pathé Tuschinski, zaterdag 25 april 2009
Het kan niet anders of de op en top Ierse regisseur Ian Fitzgibbon - die tot op heden vrijwel uitsluitend lokale producties maakte, of films over lokale personen of thema's - gaat met 'A Film with Me in It', een bescheiden, maar toch ook gewaagde en ambitieuze film, zijn internationale doorbraak beleven. Het is een verrassende film, die als een rustig relatiedrama voortkabbelt totdat de verbaasde hoofdpersonen, Mark (Mark Doherty) en Pierce (Dylan Moran), terechtkomen in een soort filmversie van een Rube Goldbergmachine, met een bloederig randje. De zwarte "deadpan"-humor en sullige personages die steeds verder weg zinken in het drijfzand van hun eigen onvermogen is de motor van het, eufemistisch gezegd, lichtelijk onwaarschijnlijke 'A Film with Me in It', die boeiend blijft ongeacht welke absurditeit de kijker krijgt voorgeschoteld. Fitzgibbon legt in gesprek met Movie 2 Movie met veel plezier uit hoe deze bijzondere film tot stand is gekomen.
De ontdekking van een ongewone film
Het bijzondere scenario van 'A Film with Me in It', dat, naarmate de film vordert, steeds meer van ongeloofwaardigheden aan elkaar hangt, was lange tijd gedoemd om in een stoffig kastje te blijven liggen, maar gelukkig voor filmkijkers overal ter wereld, heeft Fitzgibbon het aan de vergetelheid weten te onttrekken. Hoofdrolspeler Mark Doherty is hier tevens het creatieve brein achter de film. Fitzgibbon vertelt: "Ik kende Mark al van een BBC-komedie waar ik mee bezig was, waarin ik hem, ironisch genoeg, als een huisbaas had gecast. Ik had gehoord dat hij een geweldig toneelstuk had geschreven dat een enorm succes was in Edinburgh, en daarom vroeg ik of hij toevallig nog filmscripts had. Hij zei dat hij er al een paar jaar een in een kastje had liggen dat zijn agent verschrikkelijk vond. Ik wilde het toch lezen en vond het fantastisch. Ik kon niet geloven wat er op pagina 25 gebeurde. Ik zag Dylan Moran ook al meteen een van de hoofdpersonages spelen, en zo kwam het tot leven in mijn hoofd. Ik wist dat als we het goed zouden doen, dit een interessante, ongebruikelijke comedy zou kunnen worden."
A film that kills Ongebruikelijk is de comedy zeker, en er is vast en zeker een reden dat dit soort verhalen weinig verteld worden: het is gewoonweg niet te verkopen. Je hebt wel een hele specifieke visie en een capabele cast en crew nodig om de kijker mee te kunnen nemen in een film als deze. Grappig genoeg snappen de hoofdpersonages dit dilemma zelf ook, wanneer ze hun gebeurtenissen in scriptvorm om willen zetten. Zo merkt Pierce op dat er tegenwoordig geen interesse meer is voor dit soort kluchten. Fitzgibbon geeft hem gelijk. "Je loopt absoluut een risico met dit soort waanzinnige verhalen. De toeschouwer moet echt de premisse van het verhaal accepteren. Anders ben je al meteen ten dode opgeschreven," stelt de regisseur, licht grinnikend vanwege zijn toevallig toepasselijke woordkeuze. "Maar gelukkig is de film tot nu toe overal goed ontvangen."
"Het afgelopen weekend was ik in Istanboel," gaat Fitzgibbon verder, "en daar hebben we de prijs gewonnen voor beste internationale film. Er kwamen veel Turkse mensen op me af om te zeggen hoeveel ze gelachen hebben en hoezeer ze van de film hebben genoten. Een vreemde ervaring," geeft de regisseur toe, die opkijkt van de universele aantrekkingskracht van de film. "Dat soort reacties krijg ik overal en dat verraste me eigenlijk wel. Mensen lijken het echt te snappen. Ze begrijpen de donkerheid ervan, de bizarre sfeer, de lichtelijk claustrofobische, psychologische dimensie van de humor. En ze houden van die |

|
twee mannen. En als je die mannen sympathiek vindt, heb je een kans met de film."
Sympathiek en amoreel
Misschien ligt daarin uiteindelijk wel het succes van de film besloten: die twee met een droog gevoel voor humor behepte, hopeloze vrienden die door hun sulligheid en astronomische tegenslagen de sympathie van de kijker af weten te dwingen. Fitzgibbon: "Je moet ze wel mogen, maar dit betekent niet dat ze ook aardig moeten zijn. Belangrijk is dat je geeft om hun lot, want dat kan je meenemen in het verhaal. En die twee personages slagen er toch op een of andere manier in - zelfs Dylans personage, dat compleet amoreel is - om de kijkers aan zich te binden. Je wilt toch dat ze ermee wegkomen en je wilt graag zien hoe ze dit voor elkaar krijgen."
Dylan Moran, een beroemde stand-up komiek in Engeland, is een belangrijke component van de humor in de film, met zijn vele improvisaties en eigen stijl. "Ik kende hem al vóór de film, want het is een vriend van me." laat Fitzgibbon weten. "Het enige wat ik hoorde toen ik met het verhaal bezig was, was zijn stem. Hij heeft een hele aparte manier van spreken, en hij heeft een hele unieke comedy-stijl. Ik wist dat hij perfect in de rol zou zijn."
"Het amorele karakter van zijn personage is ook een aspect van de komedie waar ik erg van genoot. Hoe wreed hij soms is ten opzichte van Mark, bijvoorbeeld. Dan zegt hij iets in de trant van: 'Zij is dood, zij heeft geen problemen meer. Wij hebben wel problemen.' Geweldig, die houding," lacht Fitzgibbon. "Zo koud."
De perfecte aangever voor Moran is tegenspeler en scenarioschrijver Mark Doherty - ook in het echte leven een vriend van de komiek. Al was het oorspronkelijk niet de bedoeling dat hij ook echt in de film zou meespelen. "We wilden eerst iemand anders nemen," vertelt de regisseur. Maar toen zei hij: 'Nee, die rol is voor mij. Zo heb ik het altijd voor me gezien.' Het is een beetje als de conversatie in de auto wanneer Pierce zich tot Mark wendt met de vraag: 'Wie wil je dat jou speelt?'. Mark antwoordt dan: 'Ik wil mezelf spelen.' waarop Pierce reageert met: 'Nee, jij bent te oud.' Dat was dus behoorlijk op de werkelijkheid gebaseerd."
Het beklemmende huis
Uiteindelijk draait 'A Film with Me in It' dus volledig om personages. Echter, niet al deze personages zijn levend of hebben een menselijke vorm. Het huis waar verschillende doden in vallen, heeft Fitzgibbon willen presenteren als een personage op zich: "Ik wilde dat de flat als een personage zou aanvoelen in de film, zodat het een soort psychologische aanwezigheid zou hebben in de film. In het sound design hebben we veel bootgeluiden gestopt: krakende boten, en touwen waar aan getrokken wordt. Het zit vaak subliminaal verborgen, maar ik wilde dat het publiek zich op een zinkend schip zou wanen. Wanneer het mis gaat, moet je het gevoel hebben dat iedereen de pineut is."
Deze sfeer weet de regisseur door te trekken in alle onderdelen van de productie, waaronder de cinematografie, waar met dissolves en gekantelde frames wordt gewerkt, die de toeschouwer vrij letterlijk uit balans brengen. Ook in de muziek voel je vanaf het begin dat er iets niet helemaal in orde is. Fitzgibbon: "Ja. We hebben heel veel gewerkt aan het gehele palet, het ontwerp, de kleuren die we gebruikt hebben en juist niet wilden. Ik wilde dat er een drukkende sfeer zou hangen. Dat de wereld waar ze in leefden koel zou aanvoelen. Stilte vind ik ook erg belangrijk."
Een hond met diepgang
"Maar het woord dat ik in mijn kantoor opschreef tijdens het schieten was 'deadpan'", laat de regisseur weten. "Dat betekent dat je alles serieus presenteert en niet op de lach speelt." Interessant genoeg zorgt deze benadering juist voor een constante humoristische component. En deze humor kan op haar beurt weer serieuze thematiek blootleggen. Zo zijn verschillende, passieve episodes met de hond van Mark erg lollig. Hij blijft bijvoorbeeld liggen wanneer er een stok wordt weggegooid, en wanneer Mark, Pierce en nog een vriend hem van Marks vriendin moeten uitlaten, kiezen ze ervoor om met het beest in de auto naar de waterkant te rijden, daar even te ouwehoeren, vervolgens wat zand over het beest gooien, om tenslotte onverrichte zaken weer terug naar huis te keren. Op een indirecte manier zegt de hond veel over de (andere) personages, vindt ook Fitzgibbon: "Klopt. Veel gaat over inertie. Over verlamming. Het gaat over de Ierse man, die niet in staat is tot actie over te gaan. Hij kan de confrontatie met de realiteit van het hier en nu niet aangaan. Als Mark de dingen had gedaan die er op zijn to-do lijst stonden, was er niemand gestorven. Maar hij bleef het maar uitstellen en toen ging iedereen dood."
Was er uiteindelijk nog onenigheid over wie er moest sterven of zijn er wijzigingen hierin aangebracht? "Nee," zegt de regisseur. "Ik heb het allemaal verfilmd zoals het in het script stond. Ik vind het alleen jammer dat er niet meer mensen dood zijn gegaan. Het zou leuk zijn geweest als er nog ééntje extra was geweest." Jammer, ja. Misschien een reden voor een deel twee?
Tekst en foto: Bart Rietvink |