De met vier German Film Awards bekroonde film 'John Rabe', is een epische, internationale productie - met namen als Steve Buscemi en Daniel Brühl in de cast - die verhaalt over het waar gebeurde relaas van de Duitse zakenman John Rabe die tijdens de Japanse bezetting van Nanking in 1937, tweehonderdduizend Chinezen het leven redde. Niet alleen weet de film een weinig bekend figuur aan de vergetelheid te onttrekken, de historische gebeurtenis op zich, die lange tijd doodgezwegen werd in Japan, lijkt nu eindelijk bekend en besproken te gaan worden. Dat is tenminste de wens van de Duitse regisseur Florian Gallenberger, zo vertelde hij in een persoonlijk gesprek met Movie 2 Movie in het Ambassade Hotel in Amsterdam.
John Rabe herontdekt
John Rabe, die in het promotiemateriaal bij de film omschreven wordt als 'de Schindler van China', is opvallend genoeg nauwelijks bekend in Duitsland. Filmmaker Gallenberger, die eerder een Oscar won voor zijn korte film 'Quiero ser (I want to be…)', wist zelf ook niet van zijn bestaan af vóór het werken aan de film, zo geeft hij direct toe. "Één van onze producers had de rechten voor zijn dagboeken gekocht in 1997, en hij was al zes jaar bezig geweest met het ontwikkelen van het script toen ik ermee aan de slag ging. Toen vertelde hij me over dit project, want hij werkte op dezelfde filmschool, en toen vond ik het vreemd dat ik deze John Rabe niet kende. Hij heeft honderdduizenden mensen gered in China. Zoiets moet toch bekend zijn. Helemaal in Duitsland. Toen las ik het dagboek en kwam ik erachter dat hij echt bestond. Ik vond het een interessant persoon en een interessante periode in de geschiedenis."
|
Rabe viel in zijn opvattingen en allianties eigenlijk altijd een beetje tussen de wal en het schip, zo blijkt uit het verhaal van Gallenberger, die verklaringen probeert te geven voor Rabes obscuriteit. "Het is interessant, want Rabe's imago of aanzien heeft zoveel politieke fasen doorgemaakt, maar op één of andere manier is hij altijd als een soort loser gezien. Toen hij terugkwam in Duitsland is hij door de Gestapo gearresteerd omdat hij als een collaborateur werd gezien. In Berlijn wilde hij mensen inlichten over Nanking, maar dat mocht niet. Hij mocht ook zijn boek niet publiceren en verloor zijn positie bij Siemens. Dus hij werd behoorlijk onder druk gezet. Natuurlijk is het niet zo erg als naar een concentratiekamp gestuurd worden, maar hij heeft er best onder geleden," stelt de regisseur. "En na de oorlog kwam hij niet in aanmerking voor denazificatie, wat betekende dat hij niet meer aan het werk kon. Dus door de andere kant werd hij ook met de nek aangekeken. Hij stierf in de jaren vijftig en in die tijd was iemand als Rabe geen held. Toen was men op zoek naar rijkdom en economische kracht en Rabe was arm aan het einde van zijn leven en had in die periode niet gewerkt. Daarom is hij toen waarschijnlijk vergeten. Maar sinds de film verkopen zijn dagboeken in Duitsland erg goed - ze staan zelfs in de top tien van het non-fictie genre."
Verschillende zaken trokken Gallenberger aan in het verhaal van Rabe, maar essentieel voor zijn beslissing om de verfilming op zich te nemen was het gegeven dat Rabe zich ten goede
|

|
verandert. "De persoon die hij in het begin van de film is, zou ik niet een hele film mee door hebben willen brengen. Hij is niet sympathiek. Maar toch doet hij iets wat erg opmerkelijk is. Hoe meer het verhaal zich ontwikkelt, hoe meer sympathie ik voor hem krijg, en hem bewonder en respecteer. Dat vond ik interessant. Dat je een hoofdpersoon hebt die geen Bruce Willis-achtige superheld is. Die een niet zo aardige, vreemde man is, die op het eind toch geweldige dingen doet."
Goede nazi?
Als belangrijke bron voor de film heeft Gallenberger gebruik gemaakt van de eigen dagboeken van Rabe. Interessant zou het dan zijn om in zijn eigen zielenroerselen te kunnen zien dat zijn opvattingen en emoties jegens bepaalde groepen of mensen aan het veranderen zijn. Toch lijkt de regisseur dit alleen op basis van de gebeurtenissen zelf te kunnen concluderen: "Natuurlijk verander je als je zo'n gebeurtenis - zo'n slachting - meemaakt. Maar wat ik opmerkte was dat hij een wereldbeeld had, waar de Chinezen en het nationaal-socialisme deel van uitmaakten, wat vooral nu een moeilijk perspectief is om je achter te scharen. Want hij is lid van de nazi-partij en hij bewondert Hitler. Maar dit perspectief verandert wanneer de slachtingen plaatsvinden. En nog verder wanneer hij, bij terugkomst in Duitsland, gearresteerd wordt en zijn dagboeken af worden genomen."
Hoewel Rabe zich in het begin van de film vrij onverschillig gedraagt en niet heel sympathiek is, doet hij inderdaad goede dingen voor de Chinezen. In de film wordt hij echt als een held gepresenteerd. Vindt de regisseur ook werkelijk dat hij dit is? "Uiteindelijk wel. De vraag is ook: 'is hij wel of niet een nazi'? En wat is de definitie van een nazi? Volgens mij verdient hij het ook om bekeken te worden als persoon, en om te kijken in welke tijd en op welke plaats hij heeft gehandeld. Hij is bijvoorbeeld nooit naar Duitsland geweest toen Hitler aan de macht was, en kende het nazi-Duitsland niet. Voor mij is het belangrijk dat hij een held is, of wordt, vanwege datgene wat hij doet."
Ook al is Rabe lid van de nazi-partij, hij is geen monster. Hij heeft geen echte gruweldaden op zijn geweten. Gallenberger: "Het grappige is bijvoorbeeld, dat hij gelooft dat de nationaal-socialisten een humanitaire inslag hebben. In de film schrijft hij ook een brief naar Hitler, hopende dat hij verafschuwd zou zijn omdat de Japanners Chinese burgers vermoorden. We moeten ook niet vergeten dat het toen 1937 was, en we nu met een hele andere kennis naar die gebeurtenissen kijken. In die tijd werd Hitler nog voorgedragen als kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede."
Chinese problematiek
Één van de voordelen voor Gallenberger van dit project was dat het zich in China afspeelt: "Ik film graag in het buitenland. Voor deze film was het vier jaar werk. Het is toch een deel van je leven dat je in zo'n project stopt, en dat wil ik het liefst aan iets interessants besteden. Je maakt niet alleen een film, maar je leert een deel van de wereld kennen op een andere manier dan wanneer je er alleen maar als toerist heen zou gaan. En China is, helemaal nu, een interessant land." Filmen in het land zal dan ook wel een feest geweest zijn. Toch vindt de regisseur de tijd die aan het filmen vooraf gaat, het meest bevredigende: "Tijdens het schrijfproces ben ik er zeven, acht keer heen geweest. Dat vind ik ook het mooiste gedeelte van het filmproject. Dan heb je nog niet de volledige druk - tijdsdruk, financiële druk - omdat het schrijven van het script niet zo duur is, en je nog niet gefrustreerd bent door alle beperkingen. Want op papier gebeurt alles zoals jij het in je hoofd hebt."
Gallenberger weet te vertellen dat Rabe, al werd hij in Duitsland goeddeels genegeerd door de geschiedschrijving, in China veelvuldig in propagandafilms werd gebruikt. Dan moet het geen problemen hebben opgeleverd om in dat land een film over de man te maken. "Dat dachten wij ook. Maar toen we in China aankwamen, werd me verteld dat we nooit een vergunning zouden krijgen voor het maken van de film, want de communistische partij had besloten dat er maar één officiële film zou zijn over de massamoord in Nanking, en deze zou natuurlijk geregisseerd worden door een Chinees. Zij waren er toen al mee bezig - vanwege het naderende 70-jarige "jubileum" van de gebeurtenis - en die film was deels gebaseerd op de dagboeken van Rabe, waar wij de rechten op hadden. Daarom konden wij het nog tegenhouden."
"Maar het grote probleem in China - waar we geen rekening mee hadden gehouden -," gaat de filmmaker verder, "is ten eerste dat Japan de belangrijkste economische partner is en ze nooit Japan zouden willen beledigen. Ten tweede wil China zichzelf tegenwoordig zien als een erg sterke, krachtige natie, en daarbij hebben ze zeker geen hulp van buitenlanders nodig. Dus het verhaal dat wij willen vertellen is het tegenovergestelde van wat zij willen zien. Maar dat zeggen ze natuurlijk niet zo direct."
Vanuit die optiek is het misschien interessant om erover na te denken hoe de Chinese versie van de Nanking-episode eruit zou hebben gezien. Gallenberger krijgt een lichte glimlach op zijn gezicht: "Dat is wel interessant, want er blijkt dus wel een Chinese film over het Nanking-incident te bestaan, 'Nanjing, Nanjing, city of life and death', en deze is door sommige buitenlandse pers geprezen omdat het geen propagandafilm zou zijn. Maar dat is een misvatting," zo stelt de regisseur. "Die journalisten denken dat een propagandafilm in zou moeten houden dat de Japanners als monsters worden afgeschilderd, maar dat willen de Chinese leiders juist niet op dit moment. In deze film hebben alle Westerlingen Chinese assistenten die eigenlijk al het werk doen. Vooral Rabe is in de film een volslagen idioot. Op een gegeven moment gooit hij zichzelf zelfs op de grond, zich verontschuldigend en uitroepend hoe hulpeloos hij zich voelt. En dan is er ook nog een Japanse soldaat die zich erg geconflicteerd voelt en min of meer de goede Japanner speelt. Dus zo houden ze de Japanners tevreden terwijl de Chinezen als krachtig worden uitgebeeld. Pure propaganda."
Doorbraak in Japan?
Dat de Chinezen tegen zouden werken was onvoorzien. Van de Japanners was het echter te verwachten. Voor hen is de Nanking-slachting al decennia lang een taboe. Toch heeft Gallenberger zijn Japanse acteurs ook echt vanuit Japan weten te rekruteren. "De Japanse personages zijn allemaal echt Japans in de film. Er is maar een handvol Japanse acteurs werkzaam in China en die spelen meestal de Japanse slechterik in Chinese films. Over het algemeen zijn dit hele slechte acteurs. Dus moesten we onze acteurs uit Japan halen, maar tachtig procent wilde niet meewerken toen ze hoorden dat het over de Nanking-slachting ging. De mensen die wél mee wilden doen, wilden dit juist doen vanwege dit onderwerp, omdat ze vinden dat het zeventig jaar na dato tijd is dat de Japanners hun verantwoordelijkheid hiervoor nemen en het verleden onder ogen zien."
Misschien dat Gallenberger met zijn film wel voor een bescheiden doorbraak kan zorgen. Vooral gezien het feit dat de acteur die prins Asaka speelt (Teruyuki Kagawa) een gigantische ster is in Japan. Het is de plaatselijke Brad Pitt, volgens de regisseur. "Hij is erg dapper," vindt Gallenberger. "En vooralsnog is de film niet vertoond in Japan, maar daar kan snel verandering in komen. Voordat we de film in Berlijn gingen vertonen, had de Japanse ambassade in Berlijn erover geïnformeerd en gevraagd of ze hem konden zien. Dat vonden we goed en de ambassadeur vond het een belangrijke film. Dat is heel wat. Het is dan ook een jonge, en liberale ambassadeur."
"Vervolgens wilde een Japanse distributeur de film uitbrengen maar op voorwaarde dat de rol van prins Asaka eruit geknipt zou worden. Dat laat zien hoe gevoelig de zaken liggen. De hele gebeurtenis is al een taboe, maar om iemand van de keizerlijke familie als oorlogscrimineel te laten zien is al helemaal uit den boze," laat Gallenberger weten. "Toch is er door de media in Japan veel aandacht aan de film besteed. Dat laat zien dat Japan heel verdeeld is als het gaat om de visie op dit specifieke hoofdstuk in de geschiedenis. Nu is er een invloedrijke groep journalisten die goede connecties hebben met de keizerin en de film aan haar willen laten zien. Wat ik natuurlijk fantastisch zou vinden," lacht Gallenberger uitgelaten.
Stap in de goede richting
'John Rabe' is dus los van de kwaliteiten van de film zelf, een belangrijke film die voor verschuivingen in het collectieve bewustzijn kan zorgen. Niet alleen is Rabe in Duitsland ineens een beroemdheid geworden, in Japan kan men misschien leren om te gaan met deze zwarte bladzijde in de geschiedenisboeken, of in ieder geval om deze onder ogen te zien. Want bijna niemand van de jonge generatie is hiervan op de hoogte. Gallenberger: "Inderdaad, de jeugd weet hier niets van. Dat is ook mijn grote wens. Dat de film in Japan vertoond kan worden als begin van een dialoog en een discussie over wat er is gebeurd. Het gaat niet over het plaatsen van de schuld bij mensen, maar laten we het onderwerp bespreekbaar maken."
Tekst en foto: Bart Rietvink