Recensies Previews Nu in de bioscoop Nu in het filmhuis Nu op dvd / blu-ray Interviews Filmfestivals Prijsvragen
Zoeken

  Toevoegen aan favorieten
Follow movie2movie on Twitter
Interview Lee Chang-Dong ('Secret Sunshine')

Amsterdam, Filmmuseum, donderdag 4 september 2008

 

De laatste tien jaar heeft Korea op zeer positieve manier van zich laten horen als filmland. Met regisseurs als Chan-wook Park (‘Old Boy’, ‘Sympathy for Lady Vengeance’), Ki-duk Kim (‘The Isle’, ‘Bin-Jip’), Joon-ho Bong (‘Memories of Murder’, ‘The Host’), en Ji-woon Kim (‘A Tale of Two Sisters’, ‘A Bittersweet Life’), heeft het land een stel topfilmmakers afgeleverd. Filmmakers met oog voor esthetiek en een voorkeur voor controverse of intellectuele stimulering. Een wellicht minder “hippe” regisseur dan deze, maar eentje die zeer zeker in dit rijtje van kwaliteitsregisseurs thuishoort, is Lee Chang-dong. Van deze regisseur, die is begonnen als schrijver en zelfs enkele jaren minister van Cultuur is geweest, is nu een retrospectief te zien in het Filmmuseum ter gelegenheid van het uitkomen van zijn nieuwste film: het indrukwekkende drama ‘Secret Sunshine’.

Lee maakte zijn filmdebuut in 1997 met de degelijke misdaadfilm ‘Green Fish’, een genrefilm met bekende elementen maar genoeg verfrissende context en karakteriseringen om boven de middelmaat uit te stijgen. Sinds dit debuut zijn Lee’s films eigenlijk alleen maar krachtiger en rijker geworden. Van ‘Peppermint Candy’, een drama over gemiste kansen en de vloek van causaliteit (en met een omgekeerde chronologie a la ‘Irréversible’), via ‘Oasis’, een moedige, en aandoenlijke film over een verstandelijk gehandicapte man en vrouw die een moeilijke relatie met elkaar opbouwen, maar door hun omgeving niet begrepen worden of met de nek worden aangekeken, tot aan ‘Secret Sunshine’, een verhaal over verlies, (wan)hoop en vergeving.

 

Lee las het bronmateriaal, een korte roman van Chong-jun Yi, midden jaren tachtig, maar had toen nog niet het idee opgevat om het te verfilmen. Wel had het verhaal een grote indruk achtergelaten. Wat was het dan, dat hem zo aantrok in de vertelling? “Het thema van vergeving,” verklaart Lee, “en de vraag of God het recht heeft om mensen te vergeven in plaats van diegenen die iets zijn aangedaan.” Het vrouwelijke hoofdpersonage in de film, Shin-ae, wil namelijk een moordenaar vergeven in de gevangenis en hem de weg naar God en verlossing wijzen, maar voelt zich verraden door God wanneer blijkt dat de moordenaar op eigen gelegenheid God heeft gevonden en zich door hem vergeven voelt. Op de vraag of dit haar eigen geloof nu minder oprecht maakt - omdat het haar kennelijk niet om de vergeving op zich te doen is, maar om haar eigen macht hiertoe – antwoordt Lee dat het hem er niet om ging om iets over God te zeggen of tonen, maar over de mens. Hij vergelijkt de scène in de gevangenis, voor hem de scène met de diepste betekenis, met ‘Apocalypse Now’, waarin kapitein Willard (Martin Sheen) een lange reis onderneemt om de losgeslagen kolonel Curtz (Marlon Brando) te vermoorden. “In die kleine ruimte van de gevangenis, ontmoet Shin-ae niet de moordenaar, maar haar diepste innerlijk.”

 

Religie komt regelmatig voor in de films van Lee Chang-dong, maar hij wil niet echt een uitspraak doen over de functie of waarde van religie in het leven van zijn personages en in het leven van de mensen in het algemeen. “Ik ben niet geoorloofd om mensen een antwoord te geven over God. Het enige wat ik kan doen is datgene tonen wat je daadwerkelijk kunt waarnemen, en de toeschouwer te laten voelen wat de personages doormaken,” aldus Lee. De filmmaker stelt dat hij nooit het idee heeft gehad om iets over religie te zeggen. Toch lijkt er wel degelijk een bepaalde filosofie over religie – of het effect hiervan op mensen - in zijn films waarneembaar te zijn. Zijn woorden impliceren een visie die het Godsidee tot iets menselijks maakt, tot iets wat in feite dichtbij of in de mens ligt en niet zozeer buiten hem. Zo merkt hij op dat het idee van de absolutie van God in feite een door mensen bedacht systeem is, dat bedoeld is om elkaar te (kunnen) vergeven. En dat er in de film een personage zit, die in zeker zin fungeert als substituut van God doordat hij een constante aanschouwer is van de gebeurtenissen in het leven van Shin-ae. Tenslotte geeft hij zijn visie op de thema’s hoop en verlossing aan de hand van de houding van Shin-ae. “De plek voor hoop en verlossing hoeft niet heel ver weg te zijn. De enige plek waar je dit kunt vinden, is waar je zelf op dat moment bent. En misschien is dat wel de bedoeling van God, als deze bestaat: dat hij je de verlossing laat zoeken in je eigen omgeving. Shin-ae zoekt het juist op plekken ver van haar vandaan. Ze neemt niet de moeite om echt om haar heen te kijken. Daarom zie je haar ook op de poster omhoog, en in de verte kijken. Ze onderneemt geen poging om van Milyang, het dorpje waar ze naartoe is verhuisd, te gaan houden, noch van de mensen bij haar in de buurt.”

Een dergelijke poging lijkt ook niet te worden ondernomen door de sociale omgeving van de hoofdpersonages in ‘Oasis’, Lee Chang-dongs voorlaatste film. Terwijl er zich een gecompliceerde doch liefhebbende relatie afspeelt tussen een vrouw met een hersenverlamming en een geestelijk gehandicapte, onaangepaste man met een crimineel verleden worden ze door hun omgeving allesbehalve liefdevol behandeld. Volgens Lee draait het in deze film om communicatie. “Het is een film over communicatie tussen individuen, tussen bepaalde maatschappelijke groepen, en tussen mensen met een handicap.” De filmmaker wilde vooral de moeilijkheden van communicatie tussen totaal verschillende mensen onderstrepen. Lee: “Communicatie tussen gelijkgezinden is makkelijk, maar als je iemand niet aardig vindt of niets met iemand hebt, wordt de communicatie heel lastig. Helemaal als je iemand zelfs afstotelijk vindt, waarbij de natuurlijke impuls is om weg te kijken, zoals bij de spastische vrouw in de film. In het geval van lelijke vrouwen is het gevoel van afschuw in de maatschappij sowieso sterker dan bij mannen.” In de film probeert de grote broer van de mannelijke hoofdpersoon hem, naar eigen zeggen, “menselijkheid” bij te brengen, maar zegt hier niet in geslaagd te zijn. Ironisch genoeg is het juist hij die zich onbeschoft en onmenselijk gedraagt jegens zijn kleine broer en zijn nieuwe vriendin. Lee trekt dit breder: “Elke samenleving heeft mensen die men liever op afstand houdt. Dit kan ook maatschappelijk geregeld zijn, door bepaalde instituties.”

De communicatie tussen de gehandicapte hoofdpersonen is redelijk controversieel doordat de man zich in eerste instantie aan de vrouw vergrijpt. “Maar het is niet makkelijk haar te veroordelen. Ja, hij verkracht haar bijna en gedraagt zich onverantwoordelijk, maar als je verder kijkt is het ingewikkelder dan het lijkt.” Lee stelt voorop dat de daad van verkrachting categorisch veroordeeld moet worden, maar de communicatie tussen dit tweetal is sowieso niet conventioneel. Wat volgens Lee belangrijker is dan de verkrachting op zich, is dat de man zich seksueel voelt aangetrokken tot deze afstotelijke, spastische vrouw - zijn “prinses” – terwijl een “normaal” mens dit niet voelt en hem eerder zal zien als perverseling. En de communicatie tussen deze twee personen, ook al begint deze heftig, werkt uiteindelijk wel. Één van de uitdagingen voor Lee was om te kijken hoe ver je in film kunt gaan in het tonen van verschillende vormen van communicatie. Hij is namelijk ook bewust bezig met het filmmedium op zich en hoe deze kunstvorm door het publiek geïnterpreteerd wordt.

Over de filmindustrie in zijn eigen land heeft Lee ook zo zijn gedachtes. Het filmklimaat in Zuid-Korea vindt hij niet optimaal.

 

Ondanks het feit dat er de afgelopen tien jaar veel goede films uit Zuid-Korea afkomstig zijn, vindt hij dat het op het moment niet zo goed gaat. Kon hij zelf als minister van cultuur hier geen positieve impuls aan geven? “De overheid kan hier niet veel aan doen. Het is belangrijk dat regisseurs hun creativiteit niet verliezen, en dat er bijvoorbeeld goede opleidingsmogelijkheden zijn.” Dit laatste is gelukkig wel het geval, zo stelt Lee. Heeft hij nog iets voor cultuur in zijn geheel in Zuid-Korea kunnen bereiken? “Mijn doel was om een richting en serieus beleid voor cultuur in te voeren. De laatste decennia heeft de ontwikkeling in Zuid-Korea namelijk vooral op economisch vlak plaatsgevonden terwijl er nooit is stilgestaan bij cultuurbeleid. Gelukkig ben ik er in geslaagd om dit vorm te geven.” Goed nieuws, dus. En zolang Lee Chang-dong zelf in ieder geval films blijft maken, hoeft de kijker ook zeker niet te vrezen voor de teloorgang van de Koreaanse cinema.

 

Tekst: Bart Rietvink

Foto's: Lodi Meijer

Alle informatie op www.movie2movie.nl, in welke vorm dan ook, is auteursrechtelijk beschermd en/of is verbonden aan intellectuele eigendomsrechten. In verband hiermee is het niet toegestaan om zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Movie 2 Movie informatie te kopiëren.
Vorige pagina
Vorige pagina Pagina printen
Pagina printen