Amsterdam, Filmmuseum, maandag 22 september 2008
Naomi Kawase (39) is in Nederland! Eh, wie zeg je? Naomi Kawase, die (relatief) jonge, talentvolle Japanse regisseur wiens in Cannes bekroonde film ‘The Mourning Forest’ binnenkort (op 16 oktober 2008) in premičre gaat in Nederland en die ruim tien jaar geleden (toen nog echt jong) al haar eerste onderscheiding op Cannes in de wacht sleepte met haar speelfilmdebuut ‘Suzaku’, Haar films zijn zeer de moeite waard; sfeervol gefilmd, taboe doorbrekend soms en heel erg Japans, in de traditie van Ozu, maar net iets minder traag en wat intuďtiever qua opzet en uitwerking, afijn, ga er eentje kijken.
In het Filmmuseum in Amsterdam, dat een retrospectief van Kawases films organiseert, krijgen we de kans haar te spreken, met jetlag, dat wel, en met een volle agenda. Net uit Japan, nu in Amsterdam, eerst dit gesprek, zo direct bij de VPRO op tv en morgen weer naar Barcelona, zo gaat dat. Naomi maakt een oprecht vermoeide indruk. Gelukkig wil ze ons graag te woord staan, maar haar Engels is nog niet je van het, dus wordt ze vergezeld door haar tolk Luc uit België. Beide stappen de kamer binnen waar onze medewerker, Arjen Dijkstra, al op haar zit te wachten. De begroeting gaat op zijn Europees, met handen schudden, maar ook een beetje op zijn Japans, met de handen op elkaar voor de borst en een lichte buiging.
|
Hoe voelt het om zo beroemd te zijn?
Ik maak nog altijd artfilms, dus ‘beroemd’ is hier een relatief begrip, er zijn nog altijd weinig mensen die mijn films kennen, maar het gaat in stijgende lijn en dat verheugt me wel.
Ik hoorde dat u actief bezig bent, met behulp van uw Franse producent, om een groter publiek aan te boren?
Ja, dat klopt, met mijn volgende film – er zijn nog geen afspraken met festivals gemaakt - mikken we op een groter publiek. Er is momenteel een grotere distributiemaatschappij bezig mijn films te verspreiden. De kwaliteit van de films blijft overigens wel het belangrijkst, maar tegelijkertijd wil ik graag zorgen dat de ze bij een zo groot mogelijk publiek terecht komen.
Heeft dat dan geen inhoudelijke consequenties?
In eerste instantie moet ik mijn films zelf goed vinden, want het ligt niet in mijn aard een film aan te prijzen waar ik niet achter sta. Ik ga ook geen thema’s uitkiezen omdat die toevallig net in de mode zijn of iets dergelijks.
U begon als fotografe, wanneer besloot u te gaan filmen?
Ik ben eigenlijk nooit echt fotograaf geweest. Ik heb wel fotografie gestudeerd. |
 |
Wat fascineert u aan film? En waarom verkoos u het boven fotografie?
Dat is eigenlijk vooral omdat ik er zo van geniet om met andere mensen samen te werken. Maar doordat ik (in Osaka) fotografie heb gestudeerd, weliswaar op een school met een afdeling voor film, ben ik toch sterk beďnvloed door de basisprincipes van de fotografie. Zo zie je in mijn eerdere films dat ik nog veel fixed shots gebruik en ik besteed altijd veel aandacht aan de kadrering van de beelden.
Uw eerste films waren zeer persoonlijke, intieme documentaires met uzelf als onderwerp, waarom besloot u daarmee uw filmcarričre te beginnen?
Mijn eerste gedachte is nooit geweest: ”ik wil filmregisseur worden, laat ik eens een onderwerp uitzoeken”, het is eerder omgekeerd: ik vroeg met gewoon af: “wie ben ik en wat vind ik belangrijk in het leven?” Mijn films zijn eigenlijk allemaal pogingen om antwoord te krijgen op die vragen.
Hoe werd in Japan gereageerd op die eerste films?
Die films werden in zeer kleine oplages verspreid en zijn door een select publiek gezien. Maar wat ik er vooral van opstak is dat mensen me anders gingen bekijken. Ik realiseerde me ineens dat ik gewoonlijk eigenlijk nooit precies kon duidelijk maken wat ik bedoelde, maar dat dat met mijn films veel beter ging. Vanaf dat moment zag ik films als een nieuwe en betere manier van communicatie, waarin ik mijn gevoelens helder kan overbrengen.
In beeld meer dan in taal? Vooral op gevoelsniveau.
Als je uw (speel)films bekijkt, lijken ze zeer beďnvloed door de grote Japanse regisseur Yasujiro Ozu. Bent u inderdaad door hem geďnspireerd?
(lacht) Ik kende Ozu helemaal niet toen ik mijn eerste films maakte. Zoals ik al zei was ik niet zo met films bezig. In westerse ogen lijkt die invloed er misschien te zijn, omdat er ook tatamis (ligmatten red.) in mijn films voorkomen, maar die invloed is er zeker niet.
Maar heeft het niet ook te maken met een typisch Japanse manier van kijken en filmen en met de overeenkomsten in thema’s, gekoppeld aan ‘de Japanner’ en zijn omgeving?
Eén ding kan ik wel zeggen, dat is dat we niet heel veel uitleggen, dat we veel aan ‘de ander’ overlaten om te lezen. We spreken onze gevoelens nooit letterlijk en figuurlijk uit.
Uw films zijn zeer persoonlijk en expressief. In ‘Birth / Mother’ filmt u uw grootmoeder van negentig lange tijd volop in beeld, met extreem geplooide, oude huid en gerimpelde, hangende borsten heel close-up en in een andere scčne maakt u pittig ruzie met haar om iets uit het verleden. Is dit uitvergroten noodzakelijk om die emoties naar buiten te krijgen, te provoceren?
Met het inzoomen op die huid wil ik niet uitleggen wat die rimpels betekenen, het is eerder het overbrengen van het gevoel dat je er zo dicht op zit dat je het kan aanraken. Het gevoel krijgt ook hier weer betekenis zonder woorden.
U wilt dus zeggen dat Japanners wel degelijk hun gevoel laten zien, alleen niet met woorden? (knikt instemmend als Luc vertaalt) Als je linguďstisch kijkt zijn er bepaalde woorden en uitdrukkingen die alleen in Japan bestaan, maar beeldtaal is veel universeler, dus werkt dat per definitie beter.
 |
Waar woont u momenteel, in de grote stad of op het platteland?
Ik woon in Nara, mijn geboorteplaats, wat wel een stad is, maar een kleine vergeleken met bijvoorbeeld Osaka, maar 300.000 mensen. En in twintig minuten zit je in de vrije natuur. In Osaka hebben ze alles weggekapt om huizen te bouwen, maar Nara wordt omsloten door natuur.
Het beste van twee werelden dus, stad én natuur. Is dat voor u de ideale manier om te leven, te werken, te zijn? Voor mij is dat net het goede evenwicht, compleet op het platteland zou ik niet trekken, evenmin als een leven in de grote stad. Bovendien behoud ik nu een objectieve kijk op zowel de stad als de natuur.
Die natuur die ook bikkelhard is en gevaarlijk voor de onervaren mens, zoals in uw laatste film ‘The Mourning Forest’ naar voren komt.
Ik denk dat het heel belangrijk is dat mensen zich bewust zijn van zowel de schoonheid als de gevaren van de natuur.
Waarom heet de film eigenlijk ‘The Mourning Forest’ (=het rouw(ende) bos)? Wat bedoelt u met die titel? |
Het Japanse woord ‘mori’ dat gebruikt wordt voor ‘rouw’, is een heel oud woord, dat de meeste Japanners niet eens meer kennen. Tot ongeveer duizend jaar geleden was het zo dat de lichamen van de overleden op vaste plaatsen en voor een bepaalde tijdsduur werden ‘neergezet’, om echt te kunnen rouwen, rustig afstand te kunnen nemen. Tegenwoordig gaat dat allemaal veel sneller, je wordt gecremeerd en dat was het dan.
In de film zoekt de man zijn (overleden) vrouw in het bos op. Dat is dus kennelijk die rouwplek. Maar is het bos dan alleen ‘de plek waarin gerouwd wordt’, of wellicht ook het bos zelf dat rouwt, vanwege bijvoorbeeld de oprukkende beschaving?
Het is plaats waar gerouwd wordt, maar aan de andere kant toon ik het woud inderdaad als een levend organisme dat zelf ook verdriet kan hebben.
De mannelijke hoofdfiguur in het verhaal rouwt al drieëndertig jaar om zijn overleden vrouw, is dat niet een beetje ongeloofwaardig?
Die drieëndertig jaar heeft in het Boeddhisme een belangrijke betekenis, omdat volgens hen na drieëndertig de ziel het lichaam pas definitief verlaat.
Een kunstgreep dus eigenlijk van de filmer, voor wie dit getal mooi uitkomt?
Hai (=ja).
Er is een mooie en volgens mij belangrijke passage in de film waarin de ouderen onderwijs krijgen van een Boeddhistische priester. Hij filosofeert met hen over het Japanse woord ‘leven’, dat kennelijk meerdere betekenissen heeft. Hoe belangrijk was dan toch dit Japanse woord voor de film? Die priester probeert het op een filosofische manier aan te tonen dat er twee betekenissen aan ‘leven’ zitten, maar dan zegt een van de vrouwen: ”zelfs als dat zo is en als je dat begrijpt, wil dat nog niet zeggen dat je dat in de praktijk kunt brengen.” Dus blijven woorden gewoon woorden, totdat de betekenis beleefd en ervaren wordt.
Het interview loopt ten einde. Arjen bedankt Naomi, die, voordat ze weggaat snel nog een fotocamera uit haar tas pakt en een foto neemt van degene die haar vandaag heeft geďnterviewd. Ze laat hem even zien en hij is mooi geworden. Voor haar persoonlijke blog, legt Luc later uit. Het blijft toch d’r vak hč? Inmiddels is ze al weer op weg naar haar volgende interview voor de televisie. Een druk programma vandaag dus, de prijs van de (bescheiden) roem.
Tekst: Arjen Dijkstra
Foto's: Lodi Meijer |