Nijmegen, Lux, zondag 5 oktober 2008
Zondag 5 oktober was een bijzondere dag in filmtheater Lux in Nijmegen: er was een speciale vertoning van de inventieve en vermakelijke Nederlandse film ‘Het echte leven’, gevolgd door een Q&A met regisseur Robert Jan Westdijk en hoofdrolspeelster Sallie Harmsen.
De eerste momenten na het zien van de film is het publiek nog een beetje beduusd en zijn er nog niet veel uitgesproken vragen - de verschillende lagen in de film moeten ongetwijfeld nog even verwerkt worden. Maar al snel worden er links en rechts vragen gesteld en praten de regisseur en actrice honderduit over hun ervaringen bij het maken van de film.
'Het echte leven' is een film met verschillende realiteitslagen waarbij de kijker als het ware naar een "film in een film" kijkt. Deze typering, die in samenvattingen en recensies regelmatig wordt gebruikt, ervaart Westdijk als een obstakel voor nieuwe kijkers. Voordat de film vertoond wordt, probeert hij de toeschouwers dan ook op het hart te drukken dat ze zoveel mogelijk de voorkennis die ze hadden van de film moesten proberen te vergeten. De film zelf moet immers het werk doen en de beelden moeten geen realiteitslaag toegekend krijgen die er helemaal (nog) niet is. Wat betreft de "film in film"-constructie, merkt een kijker op dat de film niet opent met de naam van Robert Jan Westdijk. "Nee, het is ook de film van Martin Zomer waar we naar kijken," laat de regisseur weten. "Eigenlijk kun je zeggen dat de hele film van hem is. Tot het einde toe zie je nog steeds stukken die hij erin gemonteerd heeft. Het is meer vanuit contractuele toestanden en een soort ego dat ik uiteindelijk toch maar mijn eigen naam erop heb gezet. Ik heb het verhaal verteld alsof het echt helemaal Martins film is. En kennelijk vond hij het noodzakelijk om al die informatie over zijn echte leven met zijn vriendin Simone te laten zien.”
Vond actrice Sallie Harmsen het niet moeilijk om met dit gelaagde scenario aan de slag te gaan? "Ik heb er inderdaad wel heel veel over nagedacht en het in ieder geval een aantal keer gelezen," zegt de actrice. "Maar op een gegeven moment moet je ophouden met nadenken, want je kunt wel eeuwig blijven nadenken over hoeveel realiteiten erin zitten en wat precies de motieven van Simone zijn om iets te zeggen: is het een motief vanuit het script van Martin, is het een motief uit het script van Robert Jan, of is het een motief vanuit haar echte liefdesrelatie...? Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat je in principe alles moet spelen alsof het echt is. Want ook als je speelt dat je een actrice bent, als je speelt dat je speelt, dan nog moeten de mensen erin mee kunnen gaan. Anders is het ook geen enkele schok wanneer er iets nep blijkt te zijn. Maar zelf was ik wel echt heel diep onder de indruk van het script. Ik dacht: 'Dit wil ik wel doen!'"
Maar is het dan niet lastig om de lijn goed vast te houden van één bepaalde realiteit en het onderscheid nog te zien? Sallie: "Wat natuurlijk wel zo is, is dat de emoties van het leven buiten en de set en van het script van de film heel vaak parallel lopen, en daarom is het ook zo ingewikkeld. Dus wat dat betreft is de motivatie van de actrice of acteur om bepaalde zinnen uit te spreken of dingen te doen wel moeilijk te achterhalen. Omdat het zo parallel loopt."
'Het echte leven' is elf jaar in de maak geweest en het is interessant om van de schrijver en regisseur te horen wat nu precies het begin was van het concept van de film. Westdijk: "Het startpunt was eigenlijk letterlijk dat ik niet helemaal tevreden was met de manier van acteren in mijn tweede film (‘Siberia’, red.), wat een soort filmische schelmenroman was met een beetje een uitsloverige manier van acteren. Omdat ik daarvóór naam had gemaakt met 'Zusje', waarvoor ik eigenlijk heel dicht bij mezelf was gebleven - met een echt home-movie gevoel - voelde ik een zekere druk om de volgende film expres heel anders maken, terwijl ik dat alledaagse eigenlijk veel leuker vond. Toen ontdekte ik, zoals Martin ook in deze film - als je beelden ziet op zijn videomonitor en er crewleden door het shot lopen - dat ik dacht: 'wat zou er nu gebeuren als ik de opnameleider en de grip de hoofdrol zou geven?' Dat was een uitgangspunt. Het is ook de beste manier om te schrijven: om jezelf te vragen: 'wat gebeurt er als...' De vorm was dus ook meteen gevonden. Het moeilijkste was om een soort emotioneel verhaal of een relatieverhaal verhaal te zoeken, waarin dat hele thema van 'echt-niet echt' en 'hoe kun je iemand vertrouwen', goed zou passen. Dat moest wel met elkaar te maken hebben, zodat het elkaar ging versterken," aldus Westdijk.
"Mensen beseffen vaak niet," vervolgt de regisseur, "dat je eigenlijk van elke speelfilm een film als deze kunt snijden. Je hebt altijd van die rommelige, rafelige randjes, ook bij James Bond, of 'Phileine zegt sorry'. Daar zie je dat Kim van Kooten het heel moeilijk vindt om een nare bitch te spelen. Daar kun je allerlei andere werkelijkheden laten zien binnen dat filmverhaal. Maar dat doe je niet omdat het geen enkel nut of verband heeft. Dus mijn grootste opgave was het samensmelten van die twee dingen. En dat lukte pas toen ik ophield alles te beredeneren en het gewoon schreef."
In een script dat tot in de puntjes en jarenlang is uitgedacht door de regisseur, zou je vermoeden dat er weinig mogelijkheden tot veranderingen waren, maar Sallie had wel degelijk inspraak: "Ik heb heel veel in kunnen brengen. We hebben het script heel vaak geanalyseerd en er eindeloos over gefilosofeerd. En als er dingen waren die ik niet geloofde of waar ik het niet mee eens was, dan hadden we het daar over en kwamen we samen tot iets." Westdijk voegt toe: "Dat is ook nodig, want je cast iemand omdat je denkt dat die persoon heel goed bij de film past en als er dan dingen zijn die zo iemand niet vindt kloppen, dan gaat het ook nooit werken." Sallie: "Vooral als je geen school hebt gedaan, zeg maar." De regisseur is het hiermee eens: "Ja, dat was ook zo met Kim van Kooten bij 'Zusje'. Dit was ook een debuutrol - hoewel Sallie wel iets meer ervaring heeft. Daarbij is het belangrijk dat een rol echt bij iemand past. Sallie wordt natuurlijk geholpen door het script. Als ik daar Carice van Houten had neergezet, had iedereen geweten: 'ja, die kan allerlei gezichten laten zien', of: 'dat ken ik uit 'Zwartboek', en dat uit 'Minoes''. Dan had je een hele andere sfeer gehad. Sallie is nieuw en doet het vol overgave en dan denk je: zo is ze."
Hoewel het niet per se "nodig" lijkt, is Sallie, na deze schitterende rol, van plan om naar de filmacademie te gaan om zich verder te ontwikkelen. Westdijk: "Ik ben heel blij met de volgorde van zaken - dat ze eerst deze film gedaan heeft - omdat ik het juist fijn vind dat ze haar eigenheid meegebracht heeft. Als je op een academie zit, dan verlies je dat geleidelijk aan. De goeden herwinnen dat weer, maar als je een meisje van twintig zoekt, is het heel moeilijk om deze te vinden op toneelscholen, want die zijn zichzelf niet meer."
'Het echte leven' is een uitdagende film op verschillende vlakken en het script vergde heel wat denkwerk voordat het "werkbaar" werd. Westdijk: "Dit was eigenlijk een script waar niemand op zat te wachten. En ik dacht bij mezelf: 'wat maak je het jezelf toch moeilijk met die vorm. Dat gaan mensen helemaal niet begrijpen, dat is vervelend.' Een soort weerstand heb je daarin. Maar omdat het uit jezelf komt, doe je het toch. Wat me erg heeft geholpen is dat de mensen die meededen met de crew en de cast er ook voor vielen. En dan heb je automatisch wat meer respect als regisseur dan je zou hebben wanneer je ingehuurd zou worden om even een script te verfilmen. Dat zou ik ook niet kunnen, want ik ben niet zo’n heldere, strakke regisseur die hele goede concrete aanwijzingen geeft. Ik ben ook een soort vago. Maar omdat ik zelf het script heb kunnen maken, vertrouwen ze me wel. Zo van: 'laten we maar doorgaan dan komt het wel enigszins goed'."
"De mensen die het script niet begrepen, mochten ook niet meedoen." Westdijk legt uit: "Bij mijn tweede film, toen ik net 'Zusje' gemaakt had, werd elke drol die ik, bij wijze van spreken, legde, aanbeden in het filmwereldje. Dat is echt heel bizar. Toen zocht ik bewust mensen om me heen die kritiek op me hadden. Die zeiden dan: 'Jammer dat je nu een schelmenroman aan het maken bent' en deden er een beetje cynisch over. Die zocht ik erbij omdat ik dacht een tegengif nodig te hebben. Dat was funest, want binnen die verhouding kun je samen nooit wat doen. En hier hadden we allemaal mensen die dit een krankzinnig idee vonden. Het was niet zo dat ze me naar de mond praatten, maar meer dat alle crewleden zich er erg bij betrokken voelden. En dat brengt je op een hoger plan."
Robert Jan Westdijk lijkt met zijn films de kijker te willen prikkelen. Personages spreken soms de toeschouwer direct aan, grenzen tussen filmwerkelijkheden en echte werkelijkheden vervagen... passief een film ondergaan lijkt er niet bij te horen bij een Westdijk-film. "Ja, wat dat betreft schuilt er een soort filmleraar in mij. Dan zit er ergens bijvoorbeeld een valse montage, of dan zie je dat iemand vreemd gaat, wat in de originele beelden toch niet zo blijkt te zijn. Ik probeer wel altijd iets met film, omdat ik zelf al vanaf mijn vijftiende door geobsedeerd ben door montage en met het filmisch vertellen van dingen. Als editor zie je ook zoveel voorbijkomen. Dingen die nooit in de bioscoop komen. En ik vind het leuk om mensen daar deelgenoot van te maken."
"Ik probeer niet de meest voor de hand liggende dingen te kiezen, maar het wel zo te presenteren dat het begrijpelijk wordt. 'Phileine zegt sorry' was een beetje een art-achtige commerciële film. En dit is dan misschien weer een beetje een commercieel-achtige artfilm. Ja, het is altijd een beetje de wal en het schip," lacht Westdijk.
Ondanks alle leuke foefjes die Westdijk in zijn films stopt, wil hij wel aan zijn publiek blijven denken. "Daar ontkom je niet aan. Dat betekent niet dat je eerst moet uitvinden wat het publiek wil zien, om dit dan vervolgens te gaan maken. Nee, je moet iets krankzinnigs in je hoofd hebben waar je kennelijk niet aan ontkomt. Maar je moet natuurlijk wel willen communiceren met je publiek. Die artfilms die dat niet doen... die moeten zelf hun films dan ook maar betalen..." Sallie is het hiermee eens: "Je maakt een film toch ook voor je publiek. Natuurlijk ook voor jezelf, maar als je het alleen maar voor jezelf doet, waarom publiceer je hem dan?" Westdijk valt haar bij: "Ja, dan kun je het beter gewoon als dagboek houden. En er moet iets overgedragen worden. Maar dat is niet altijd een boodschap. Het interessantste is dat er even wordt meegeleefd met die obsessie die ik al die jaren had. Dat spreekt mij wel aan."
Na elf jaar aan 'Het echte leven' te hebben gewerkt, heeft Westdijk wel even rust verdiend. Maar hij heeft alweer grootse plannen voor volgende filmprojecten: "Er is al een versie van een politieke thriller die zich afspeelt in zes landen en het Europarlement in Brussel en Straatsburg. Dat is even heel wat anders. En ik ben bezig met een low budget productie, deel 3 van wat ik de filmmakertrilogie noem. Die film zal over montage gaan. Over hoe je iemand die eigenlijk overleden is, tot leven kunt wekken door de beelden weer in bepaalde verbanden te plaatsen. Dus dat aspect dat in deze film een rol speelt maar niet opvalt, dat wordt in die laatste film het hoofdgegeven. 'Hoe vind je iemands kern terug?' En hopelijk wordt het heel emotioneel. Maar dan wel weer met een rare technische invalshoek. Dan is daar toch weer die prikkel vanuit het filmmaken, of –kijken."
Tekst: Bart Rietvink |