Amsterdam, Lloyd Hotel, maandag 19 januari 2009
Dat ‘Let the Right One In’ een uitzonderlijk goede film is, staat als een paal boven water. De film heeft inmiddels aardig wat filmprijzen in de wacht gesleept. Toen regisseur Tomas Alfredson naar Nederland kwam om zijn speelfilm te promoten, was dat voor Movie 2 Movie-medewerker Lodi Meijer een uitgelezen kans om de Zweedse regisseur eens aan de tand te voelen. Als zoon van de in Zweden gevierde acteur, komiek en toneelschrijver Hasse Alfredson groeit Tomas vooral op in filmstudio’s en filmsets. Het is dan ook niet vreemd dat hij samen met zijn broer Daniël in het filmvak belandt. Ondanks dat Tomas bedachtzaam spreekt, geeft hij enthousiast en uitgebreid antwoord op de gestelde vragen.
Het is voor hem een aangename verandering dat hij nu eens in de spotlight staat. Na de successen van deze film op de diverse filmfestivals vindt hij het geven van interviews nog steeds leuk, al geeft hij toe vaak dezelfde vragen te moeten beantwoorden. ‘Let the Right One In’ is gebaseerd op de gelijknamige bestseller van de Zweedse auteur John Ajvide Lindqvist. Tomas legt uit dat hij vooral onder de indruk is van het verhaal van Oskar, de gepeste jongen, en de manier waarop hij met de pesterijen omgaat. Ook de mix van sociaal realisme en vampirisme vindt hij heel origineel. “Voor ik dit boek had gelezen, had ik totaal geen interesse in het fantastic film genre. Ik vond het allemaal te bizar.” Na het maken van deze film heeft Tomas zijn mening niet gewijzigd: “Ik zie mezelf niet gauw nog zo’n film maken.”
| Bij de verfilming volgde Tomas zo veel mogelijk het boek. “Aangezien het boek ruim 460 pagina’s bevat, heb ik noodzakelijkerwijs ook dingen moet schrappen. Zo heb ik mij geconcentreerd op het liefdesverhaal tussen Oskar en Eli.” Het boek heeft een universeel karakter. Ondanks dat het verhaal zich in de jaren tachtig afspeelt, zou het evengoed in de tegenwoordige tijd kunnen gebeuren. Daarnaast speelt het plaatsje Blackeberg in Zweden een grote rol, maar, zo zegt Tomas: “het kan zich bijvoorbeeld ook afspelen in Australië of Moskou.” Door erg specifiek te zijn was het voor Tomas makkelijker om de film te maken. “Dit soort verhalen zijn erg gevoelig voor kritiek, dus moet je in veel opzichten de kijker afleiden. Wanneer je het verhaal gaat uitpluizen, kun je vragen stellen over de logica, bijvoorbeeld waarom de vampier niet naar het ziekenhuis gaat om daar bloed te stelen, of waarom de politie niet langs komt. Dus moet je de aandacht van de kijker een andere richting op sturen.” ‘Let the Right One In’ speelt zich om precies te zijn af in 1982, schrijver John Ajvide Lindqvist was toen twaalf jaar. “Het is op veel vlakken een autobiografisch boek,” legt Tomas uit. “Het boek eindigt met de mededeling dat alles waar gebeurd is, alleen niet op die manier. Als je het vanuit een historisch perspectief bekijkt, is het makkelijk om daar in te geloven, maar ik kan niet uitleggen waarom.” |
 |
Tomas vertelt dat hij erg tevreden is met het eindresultaat. “Ik denk dat je jezelf voor de gek houdt als je steeds terugkomt op het filmproces, dat je dingen anders had moeten doen. Je moet gewoon accepteren zoals het nu is. Ik ben er erg trots op.” Hij vertelt dat het wel boeiend is om te zien hoe de reacties van het publiek zijn. “Het is interessant als de film is nagesynchroniseerd. Laatst heb ik de Italiaanse versie gezien in een bioscoopzaal in Rome. Erg interessant!”
Over het castingproces van Oskar en Eli zegt Tomas dat het erg lastig was om de twee hoofdrolspelers te vinden. “Het moeilijkste was niet om het juiste meisje en de juiste jongen te vinden, maar twee die èn bij elkaar passen èn elkaars tegenpolen zijn. Het duurde twaalf maanden voordat we Kåre Hedebrant en Lina Leandersson hadden gevonden. We hebben wel duizend kinderen gezien voor zij op ons pad kwamen. Het was echter wel de moeite waard, want ze zijn fantastisch samen.” In tegenstelling tot veel van zijn collega’s vond Tomas het niet moeilijk om met kindacteurs samen te werken. “Ze zijn erg intelligent en geïnteresseerd. Ze dachten mee. Ik heb natuurlijk genoeg ervaring in het filmen met kinderen, omdat ik veel kinderfilms en tv-programma’s voor kinderen heb gedaan.” Tomas heeft een speciale werkwijze voor het filmen met kindacteurs.”Ik laat ze het script niet lezen voor die tijd, zodat zij minder verantwoording hebben. Het gebeurt spelenderwijs. Voordat we beginnen met een scène, lees ik hun teksten hardop voor. Ik zorg er dus bewust voor dat het hun eerste aanraking is met die betreffende scène. Wanneer je zelf leest, ga je je een beeld vormen en dat wil ik voorkomen. Ook praat ik veel tussen de opnames. Het zijn kleine trucjes. Ik zeg bijvoorbeeld dat je kriebel op je rug hebt, maar dat je niet mag krabben. De acteurs gaan er dan onbewust aan denken, waardoor ze bepaalde gezichtsuitdrukkingen krijgen. Of ik zeg dat er iemand aan de deur klopt, maar dat je niet open mag doen. Ik maak er zoveel mogelijk een spelletje van.”
Voor de muziek mocht Tomas Alfredson zich verheugen over de samenwerking met een van Zwedens meest ervaren componisten, Johan Söderqvist. Het levert een zeldzaam perfecte combinatie van beeld en score op. “In een vroeg stadium hadden we besloten om het liefdesverhaal centraal te stellen, ik wilde dat de muziek teder en romantisch zou zijn. Wanneer het niet romantisch genoeg zou zijn, dan zou de film te donker worden, bijna onverdraaglijk. De duisternis is zo overduidelijk, dat hoef je niet te benadrukken met de muziek. Johan heeft de juiste snaar geraakt. Het geluid is erg natuurlijk, door het gebruik van analoge instrumenten.
Het tedere en zachte van het muzikale thema is ook terug te vinden in de belichting van ‘Let the Right One In’. De regisseur vertelt: “We hebben geprobeerd zo min mogelijk schaduwen te creëren. De belichting is zacht en met weinig contrast. Bij de buitenopnames hebben we geprobeerd om maanlicht na te maken, dat erg bijzonder is in de Scandinavische winters omdat het prachtig reflecteert op de sneeuw. Het licht is hoog in de lucht en weerkaatst tegen grote witte borden, wat een zacht en teder effect heeft.”
|

|
De samenwerking met de in Nederland geboren cameraman Hoyte van Hoytema beviel Tomas eveneens uitstekend. “Het was een soort beroepsmatige liefdesaffaire. Het komt niet vaak voor dat je iemand treft waarmee je zo makkelijk communiceert en samen omstandigheden kunt onderzoeken. Veel fotografen neigen naar de technische en praktische kant, zoals wanneer je op een locatie komt, daar rondkijkt en zegt dat je de scène daar op wil nemen. Een gemiddelde fotograaf zou dan zeggen dat het te ingewikkeld is, dat hij vier lampen nodig heeft… Hoyte vraagt zich af wat we met het beeld willen vertellen, wat het betekent voor onze film. Hij benadert zijn werk artistiek en filosofisch. Daarnaast is het natuurlijk een goede vakman. Hij denkt als een schilder, hoe hij met de frames en belichting omgaat.”
‘Let the Right One In’ speelt zich af in Blackeberg, een voorstad van Stockholm, maar het is ook deels gefilmd in Örnäset, Luleå, een dorpje in het noorden van Zweden.”De voorstad is erg specifiek en het gevoel en de uitstraling is bij iedereen bekend. Je waant je er in de vijftiger jaren. Omdat we niet meededen aan de Tweede Wereldoorlog, waren wij in die tijd erg rijk. Eerst bouwde men de metrolijn en daarna werden de wijken in deze herkenbare stijl en kleuren opgetrokken. Het is een typisch Zweedse voorstad. Het is best wel cool nu, maar ook erg eenzaam, stil en griezelig. Daarom is het de ideale plek voor een horrorfilm.” Tomas geeft aan dat het erg moeilijk was om een plaats te vinden die de juiste uitstraling had en het gevoel uitdroeg. |
Het succes van Tomas’ vader Hans Alfredson heeft ongetwijfeld zijn uitwerking gehad op het leven van de regisseur. “Ik kan niet zeggen hoe het mij beïnvloed heeft, maar omdat ik opgegroeid ben in filmstudio’s en op filmsets, moet het wel zijn sporen hebben nagelaten. De eerste zomer die ik me kan herinneren was die op de set van Pippi Langkous,” lacht Tomas. (Hans Alfredson speelt in ‘Pippi zet de boel op stelten’ de rol van Konrad, red.). Hij vervolgt: “Mijn vader is toneelschrijver, acteur, hij is een van de meest gevierde personen in Zweden. Iedereen kent hem en wil vrienden met hem zijn.” Op de vraag wat zijn vader van zijn films vindt, antwoord Tomas bescheiden: “Ik denk wel dat hij ze leuk vindt, maar hij is te verlegen om dat tegen mij te zeggen. Hij vertelt wel aan mijn moeder en broer dat hij trots op mij is.”
Tomas is een regisseur in hart en nieren. Wanneer hij niet in de filmindustrie werkzaam zou zijn, zou hij fotograaf of architect willen zijn. “Ik vraag me alleen af of de architectuur ook van mij zou houden,” lacht hij. En over constructie gesproken: in de film speelt de Rubik’s kubus een kleine, maar wel memorabele rol. “Het is prachtig geconstrueerd, het is een meesterwerk,” zegt Tomas. “Ik ben er niet goed in hoor,” haast hij zich om te zeggen, wanneer hij een exemplaar aangereikt krijgt. “Ik kan me herinneren dat ik er ook een had, maar op een gegeven moment heb ik ‘m losgebroken met een schroevendraaier om de stukjes op de juiste plek te zetten. Het irriteerde me vreselijk.”
Tomas is momenteel bezig met het regisseren van een toneelstuk in het Royal Dramatic Theater in Stockholm. Grote aspiraties heeft hij niet. “Ik probeer niet teveel dromen te hebben. Ik heb niet de kracht om vaak teleurgesteld te worden. Als je wensen te specifiek zijn, zul je waarschijnlijk teleurgesteld worden. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt. Ik wil de mogelijkheid hebben om mee te doen met de juiste projecten onder de juiste omstandigheden, dat is mijn droom.” ‘Let the Right One In’ is in ieder geval een droomproject, waarvan we allemaal vanaf 23 april 2009 kunnen gaan genieten.
Tekst en foto's: Lodi Meijer |