Filmmaker Phil Grabsky is een soort zendeling. Een zendeling die de boodschap van muziek verkondigt. Met zijn films over de grote componisten Mozart en Beethoven, simpelweg getiteld 'In Search of Mozart' en 'In Search of Beethoven', wil hij zowel een intelligent werk maken voor liefhebbers en kenners, maar hij wil ook leken en mensen van alle leeftijden enthousiast maken voor deze muzikale grootheden en klassieke muziek in het algemeen. En hij slaagt hier bijzonder goed in met zijn prachtige films. Ze zijn niet stoffig of elitair, maar uitnodigend en meeslepend, en als kijker krijg je meteen de behoefte om naar een concert te gaan, cd's van Mozart of Beethoven aan te schaffen, of zelf wat op de piano te gaan pingelen. Dit is ook precies waar we naartoe moeten, vertelt Grabsky in een telefonisch interview met Movie 2 Movie: "Het beste wat er na 'In Search of Mozart' gebeurde, was dat ouders mij vertelden dat hun kinderen nadat ze de film hadden gezien, naar huis gingen om Mozart te oefenen."
Want Grabsky wil zijn films zelfs voor kinderen toegankelijk maken. En waarom ook niet? Het is prachtige muziek, waar je niet snel genoeg kennis mee kunt maken. Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de ouders, vindt Grabsky. "Het moet op school en bij de ouders beginnen. Als ouders bijvoorbeeld geen klassieke radiozender opzetten of hun kinderen nooit meenemen naar een concert, dan is er geen stimulans om met klassieke muziek kennis te maken." De filmmaker is van mening dat iedereen wel aangetrokken moet zijn door de muziek en figuur van Beethoven. "Het punt is, als je leeft, en warm bloed door je aderen hebt stromen, dan is Beethoven iemand waar je naar moet luisteren, iemand die je moet begrijpen, omdat hij één van de grootste creatieve mensen is die ooit deze wereld bewandeld hebben. Er zijn miljarden mensen op de planeet en wat je interesse of vak ook is, je moet gewoonweg kijken naar deze briljante man. Of je nu een voetballer bent of een bokser, een auteur of een journalist, iedereen kan van hem leren."
|
Aan de ene kant wil Grabsky laten zien hoe briljant Beethoven is, maar aan de andere kant gelooft hij ook dat de mens maakbaar is. En hij heeft enige ervaring. Hij maakte eerder namelijk documentaires over Pele, Muhammed Ali, en over grote militaire leiders. "Wat ze gemeen hebben," zo stelt Grabsky, "is absolute vastberadenheid en werklust. Er zijn wel wat aangeboren eigenschappen, maar in de basis hebben ze gewoon een passie. Net als jij als journalist en ik als filmmaker zijn we niet echt op die manier geboren. Maar we lezen alles, kijken iedere film, we leren, nemen over van anderen, maken fouten, en leren van die fouten. Zo deed Beethoven het ook."
Hoe Grabsky het ook doet, zijn films weten altijd te boeien. "Ik probeer mijn films toegankelijk en vermakelijk te maken," zegt Grabsky. "Want mensen hebben een drempel voor dit soort muziek en films. Populaire cultuur en vooral televisie heeft hiervan afstand genomen. Tenzij ik mijn kinderen meeneem om Beethoven en Mozart te zien, zullen die deuren altijd gesloten blijven voor ze." Zelf had hij niet last van zo'n drempel voordat hij aan zijn films begon. "Het heeft allemaal te maken met persoonlijke geschiedenis. Ik had het geluk dat mijn zus trouwde met een klarinetspeler. Tijdens Kerstmis speelde hij dan bijvoorbeeld een klarinetconcert van Mozart. Dat is niet iets wat ik in mijn dagelijks leven veel meemaakte vóór die tijd. Om eerlijk te zijn vond ik het in die tijd nog niet
|
 |
zo bijzonder, maar het was wel aanwezig en ik was er niet bang voor. Mijn eerste opera zag ik pas vrij laat maar nu snap ik niet hoe iemand, kind of volwassene, een opera als Die Zauberflöte of The Marriage of Figaro zou kunnen zien, en er vervolgens niet weg van zou zijn en meteen een andere zou willen zien."
Gelukkig is Phil Grabsky er om ons een beetje op te voeden, aangezien er op televisie weinig meer te zien is. "In Groot-Brittannië gaat het echt bergafwaarts. Maar gelukkig ben ik nu flexibel. Drie jaar geleden heb ik een film gemaakt in Afghanistan, die in de bioscopen werd gedraaid, maar ik moest toen 35mm film hebben, wat erg duur en onhandig was. Dan moest een bioscoop binnen een bepaalde periode mijn film boeken om dat zware filmmateriaal van de ene naar de andere plek te kunnen verplaatsen, maar nu met 'In Search of Beethoven', heb ik in HD gefilmd, en wordt het gewoon gedownload van een centrale server. Het is een totaal andere wereld."
Tijdens het filmen zelf heeft Grabsky ook meer vrijheid door het werken in HD. "Ik schiet mijn films zelf. Toen bijvoorbeeld de agent van Renée Fleming, de sopraan, mij belde dat ik haar de volgende dag in Parijs kon interviewen, kon ik er in mijn eentje met alle apparatuur naartoe gaan. En de geïnterviewden zijn dan ook ontspannen doordat er minder tijdsdruk is. We kunnen gewoon een prettig gesprek voeren, en ze voelen zich vaak vrij om grapjes te maken en dergelijke."
Hoe is hij eigenlijk aan zijn componistenfilms begonnen? Vanwege interesse voor de persoonlijkheden of voor de muziek? Grabsky legt uit: "Toen ik terugkwam van Afghanistan, nam mijn vrouw me als cadeautje voor mijn geslaagde werk aan de film daar, mee naar een opera van Mozart, want ze wist wel dat ik daar van hield. Tijdens die opera begon ik me af te vragen wie en hoe hij was. Hij is niet de Amadeus-figuur. 'Amadeus' is een geweldige film maar er moet meer zijn aan zijn persoonlijkheid. En waarom is die operazaal eigenlijk zo afgeladen met mensen, die 150 tot 200 euro voor een kaartje betalen? En hoe ging Mozart te werk, in creatieve zin? Dus zo begon het. Maar toen ik met de film bezig was, zeiden verschillende mensen: 'Ja, er is Mozart, maar er is natuurlijk ook nog Beethoven.' En toen begon het toch te kriebelen. En nu is er weer een kriebel. Want nummer drie is eigenlijk Haydn." Grabsky is dus niet te stoppen. Ondanks dat hij weet dat Haydn minder mensen zal trekken, drijft zijn passie hem voort. "In Search of Mozart' was een groot succes en hopelijk geldt dit ook voor 'In Search of Beethoven', maar met Haydn gaat dat niet gebeuren. Één van de redenen dat de vorige films zo populair waren is dat de hoofdpersonen van die kleurrijke levens hadden. Dat heeft Haydn niet, zo lijkt het. Maar misschien ontdek ik wel wat. We zullen zien. Één van de musici zei dat Haydn eigenlijk de belangrijkste van de drie is. Dat kan ik moeilijk geloven, maar ik ben benieuwd. Commercieel succes mag in ieder geval niet mijn doel zijn. De eerste vraag voor een filmmaker moet altijd zijn: 'Heb ik er een passie voor?' En het probleem met mensen die programma's voor televisie maken is dat de eerste vraag is: 'Zal het televisiestation er geld in stoppen?' Of 'Zal het veel publiek trekken?' En zo'n gedachtegang zouden Mozart en Beethoven nooit hebben gehad."
Grabsky voelt zich in meer opzichten verwant met deze componisten. "Mozart schreef in een brief aan zijn vader dat hij muziek schreef voor twee soorten publiek. Voor het publiek dat de volgende dag een melodie wilde fluiten, en voor het publiek dat echt de complexiteit van zijn muziek zou waarderen. Dat doe ik in feite ook. Ik maak mijn films voor mensen die helemaal niets weten over Beethoven, en die hem misschien alleen kennen van een film over een hond. En daarnaast maak ik de films voor de mensen die alles van Beethoven zien en beluisteren wat er is."
De regisseur blijft erop terugkomen dat zijn films echt voor jong en oud geschikt zijn. "Ik heb twee kinderen, van zeven en negen jaar oud, en zij hebben 'In Search of Beethoven' ook gezien, de hele twee uur en negentien minuten. Mijn zoon vroeg me toen na de film: 'Waarom droegen ze ineens geen pruiken meer?' Een briljante vraag, want in 'In Search of Mozart', die hij ook had gezien, droeg iedereen een pruik. Iedereen haalt er wat anders uit. Experts en mensen die Beethoven kennen zullen het geweldig vinden om grote musici te horen spreken over hun ervaring met het spelen van een bepaald stuk, een achtjarige vindt het bijvoorbeeld leuk om te horen wanneer de componisten geboren zijn, wat de muziekstukken zijn en waarom ze belangrijk zijn." En Grabsky krijgt niet alleen goede feedback van kinderen. Kenners, puristen, en opvoeders zijn allemaal te spreken over zijn films. Eentje had zelfs gezegd dat een dvd van zijn film op iedere school aangeboden zou moeten worden.
Grabsky vindt het het mooist om reacties te horen van mensen die misschien nog nooit naar een concert zijn geweest. "De statistieken zijn shockerend. In Groot-Brittannië is pas geleden een onderzoek gehouden waaruit naar voren kwam dat slechts 10% van de bevolking ooit naar een concert was geweest in hun leven. Dat is alarmerend. Het bezoeken van een concert zou een onderdeel moeten zijn van onze dagelijkse cultuur, net zoals het bezoeken van een restaurant of een voetbalwedstrijd dit is. Het zou niet zo moeten zijn dat alleen een bepaalde groep mensen dit doet. Muziek, en klassieke muziek zou inherent moeten zijn aan wie we zijn."
In de tijd van Beethoven en Mozart was dit anders. Toen was klassieke muziek (ook) bestemd voor de massa. "Kijk maar naar Die Zauberflöte, daar keek iedereen naar. Nu is het een beetje elitair geworden, en dat hoop ik te veranderen met mijn films. Het is voor iedereen," aldus Grabsky. Maar dan moet de industrie zelf hier natuurlijk ook open voor staan en zich niet snobistisch opstellen. Zo wordt er bijvoorbeeld wel eens neergekeken op het succes van André Rieu en vindt men zijn uitbundige aanpak, waarbij mensen worden uitgenodigd om mee te klappen met de muziek, kitscherig of banaal. Maar Grabsky vindt dat alles moet kunnen. "Volgens mij proberen de instituten heel erg contact te leggen met hun publiek. Want het is het publiek van de toekomst. Ik werk af en toe met Gleinborn, en heb recentelijk een opera voor ze gefilmd en dat was een hip-hop versie van Die Zauberflöte. Er gingen alleen schoolkinderen naartoe en ze mochten klappen en dansen. Het was een heel groot succes."
Vindt Grabsky dit dan de manier, om middels crossover-vormen en snackformaat klassieke muziek te presenteren aan kinderen of de massa? Vindt hij het bijvoorbeeld niet respectloos dat samples van Beethovens 5e Symphonie of Adagio for Strings van Barber tot housesongs worden vervormd en in clubs worden gedraaid? "Hoe meer, hoe beter," aldus Grabsky. "Wie had kunnen voorspellen dat hip-hop gebruik zou gaan maken van heavy metal, of dat Michael Jackson een gitaarsolo van Eddie Van Halen zou gebruiken in een nummer? Crossover is prima, zolang het origineel maar hoog in het vaandel wordt gehouden en mensen hun telefoontje uitzetten als ze naar een klassiek concert gaan."
Tekst: Bart Rietvink
Foto: Seventh Art Productions
|