Recensies Previews Nu in de bioscoop Nu in het filmhuis Nu op dvd / blu-ray Interviews Filmfestivals Prijsvragen
Zoeken

  Toevoegen aan favorieten
Follow movie2movie on Twitter
Interview Lisandro Alonso ('Liverpool')

Amsterdam, Vertigo, vrijdag 5 juni 2009

 

Het is even zoeken voordat we Lisandro Alonso gevonden hebben in filmcafé Vertigo. De regisseur oogt als een vermoeide backpacker, die er net zijn eerste nacht in Amsterdam heeft opzitten; niets wijst erop dat de 33-jarige Argentijn al een viertal gewaardeerde films op zijn conto heeft; laat staan dat je hem in Cannes – waar hij met 'Liverpool' in 2008 onderdeel was van de Quinzaine des Réalisateurs – op de catwalk zou zien. “Ik woon in Buenos Aires omdat de filmscène daar nu eenmaal zit, maar het liefst verblijf ik bij mijn familie op het platteland, far away from showbiz; gewoon om met de simpele, échte dingen van het leven bezig te zijn, zoals eten, drinken en slapen; dat wil ik ook in mijn films laten zien.”

Lisandro Alonso was in Nederland ter promotie van 'Liverpool'; hij lijkt in alles de kunstenaar die het platteland van zijn jeugd ontvluchtte bij gebrek aan ontplooiingsmogelijkheden. Maar Alonso blijft daar wel terugkeren om inspiratie op te doen, getuige de belangrijke plaats die het platteland in zijn werk bekleedt, zoals de pampa's in zijn debuutfilm 'La Libertad' en Vuurland in 'Liverpool' – een claustrofobische roadmovie over een solitaire zeeman die na twintig jaar op zee het dorp van zijn moeder bezoekt.
Althans, dat zegt de synopsis. In de film zelf wordt hoegenaamd niets met woorden bewezen. “Ik ben van mening dat woorden en emoties weinig toevoegen. Mensen die veel praten hebben mijns inziens veel te verbergen en ik geef er de voorkeur aan geen emoties te filmen. Beelden zijn voor mij veel belangrijker dan woorden.” Dat komt tot uiting in de lange shots van de mensenschuwe zeeman Farrel in 'Liverpool'; toch zou je graag weten wat er in diens hoofd omgaat. “Dat vroeg ik me ook af toen ik aan het schrijven was. Maar ik ben er niet in geïnteresseerd dat voor de kijker in te vullen. Die moet de film zelf afmaken. I don't like to get into Farrel's head; dan zou ik moeten oordelen en dat wil ik niet.”

 

'Liverpool' is weinig meer dan een barre tocht van een havenstad op de zuidpunt van Argentinië naar een houthakkersdorpje in de bergen. We volgen Farrel in zijn zoektocht naar eten, drank en transport en dat is het dan; het wachten is op een ontknoping tijdens het ongemakkelijke familiebezoek maar die blijft ons onthouden. Het vakblad 'Variety' sprak in dit verband van anti-dramatic filmmaking. Alonso heeft met die kwalificatie geen moeite, maar in 'Liverpool' vind je op zich meer dan genoeg drama: een continu drinkende hoofdpersoon die in de vrieskou van zijn geboortedorp slaapt voordat hij bij zijn familie aanbelt; moeder die hem niet meer herkent; een geestelijk gehandicapt meisje in zijn ouderlijk huis.

 

Is zij Farrels dochter? “Wie weet,” lispelt Alonso. “Misschien heeft hij wel seks gehad met zijn moeder.” En het open einde van de film? “Wat denk jij zelf dat Farrel gaat doen als hij weer vertrekt? Ik denk dat hij zelfmoord gaat plegen...”


De mens Alonso lijkt er genoegen in te scheppen te mythologiseren; de regisseur concentreert zich op het weglaten van zijns inziens overbodige informatie, om de barheid van het leven van zijn hoofdfiguren te benadrukken. “Farrel heeft het op zijn schip bijvoorbeeld even karig als de mensen in het dorp waar hij vandaan komt: er is geen verschil. En dat ik de credits al aan het begin laat zien? Zo heb ik het altijd gedaan.” Maar is het niet zo dat Farrels tocht naar huis net zo goed omgekeerd had kunnen verlopen? “Dat klopt,” klinkt het opnieuw met een geheimzinnige grijns. “It's a little drama in reverse.”
De filmmaker lijkt zijn materiaal echter simpelweg op straat te vinden. “Ik kijk graag naar mensen; wat ze aan het doen zijn – gewoon stoppen en zien wat er gebeurt; daar projecteer ik dan mijn verbeelding op. Dan vraag ik me af: wat doen die mensen daar achter die ramen? Verbergen ze zich voor iets? Ik denk van wel.”


Zijn acteurs vindt Alonso vervolgens op vergelijkbare wijze, zoals in het geval van 'Liverpool' de amateurs Juan Fernandez (Farrel) en Giselle Irrazabal (Analía). De Argentijn werkt vooral intuïtief. “Ik heb veel respect voor professionele acteurs, maar ik prefereer amateurs. Juan was bijvoorbeeld gewoon aan het werk toen ik hem tegenkwam – een aardige kerel; I liked his face, maar veel weet ik niet van hem; het meisje vond ik in een school voor kinderen met een beperking; ik heb geprobeerd zo respectvol mogelijk met haar om te gaan; de acteurs doen op de set gewoon wat ik voor hen in gedachten heb. Ze zijn ook niet op premières geweest; ik ben zelf teruggekeerd naar het zuiden om de film te laten zien; de mensen daar weten helemaal niks van het leven dat ik 3500 kilometer noordelijker leid. Maar naar dat soort mensen ben ik juist op zoek. In de stad wordt er zoveel gepraat, maar alles is er nep,” sombert de beeldkunstenaar. Op het platteland van Alonso's films gebeurt er echter ook weinig goeds, zo lijkt het. “We hebben allemaal het gereedschap om te communiceren, maar we doen er niets mee.”


Weer een tegenstrijdigheid: het vertrouwen in mensen dat Alonso zo nodig heeft voor het maken van zijn films ontbreekt volledig in de boodschap; in 'Liverpool' zijn de mensen speelbal van een onbarmhartige omgeving en lijken ze slechts om praktische redenen te communiceren. En wanneer er 'gevoeld' moet worden geven ze niet thuis. “Dat wil ik ook laten zien: dat iedereen het product is van zijn omgeving. En dat er voor vrouwen eigenlijk geen plek is in zo'n dorpje in de wildernis van Tierra del Fuego. We hebben er drie weken in de sneeuw moeten werken; er is daar echt niets voor hen.”


Gaat 'Liverpool' misschien over de onmogelijkheid intieme relaties aan te gaan? “Yeah, I think so.” Ach, die woorden ... Heeft Alonso, die nog geen nieuwe film gepland heeft staan, misschien iets met het werk van Bruno Dumont, waarin plattelandsbewoners bijna zonder uitzondering als incommunicatief, wreed en/of hulpeloos worden afgeschilderd? “Ik heb sowieso veel met marginale mensen en hoe ze leven. Ik vond Dumonts eerste films – 'L'Humanité' en 'La vie de Jesus' – nog OK, maar 'Flandres' is in mijn ogen een Hollywoodfilm met veel seks en explosies. Ik vind Dumont bovendien een arrogante man. Ik heb meer met Carlos Reygadas, van wie ik zijn laatste film ('Stellet Licht'; JKV) erg goed vond.”

 

Tekst en foto: Jan-Kees Verschuure

Alle informatie op www.movie2movie.nl, in welke vorm dan ook, is auteursrechtelijk beschermd en/of is verbonden aan intellectuele eigendomsrechten. In verband hiermee is het niet toegestaan om zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Movie 2 Movie informatie te kopiëren.
Vorige pagina
Vorige pagina Pagina printen
Pagina printen