Amsterdam, Ambassade Hotel, maandag 29 juni 2009
Jarenlang worstelde Stijn Coninx - regisseur van succesvolle films als 'Hector', 'Koko Flanel' en 'Daens' – met het filmproject rond Soeur Sourire, ofwel de zingende non; maar liefst achttien jaar duurde het voordat de film er uiteindelijk kwam. “De klik was er plots,” vertelt Coninx Movie 2 Movie in het Amsterdamse Hotel Ambassade – waar hij zijn intrek nam om de Nederlandse pers te woord te staan.
Aan het begin van de jaren tachtig stond Coninx niet te trappelen om het levensverhaal van Jeannine Deckers, die in 1963 vanuit het klooster de hitparades bestormde met het aanstekelijke Dominique-nique-nique en in 1985 zelfmoord pleegde, ter hand te nemen. “Ik had totaal geen voeling met haar. In mijn beleving was Deckers een egoïstische figuur. Zij kwam op mij over als iemand die telkens anderen de schuld geeft van haar problemen; daar kon ik niets mee. Als haar streven om in Afrika met de armen te gaan werken bijvoorbeeld oprecht was geweest – dan wel, maar ik zag geen idealisme in de echte Jeannine Deckers. Ik heb het project toen maar uit handen gegeven.” Een bijzondere ontmoeting overtuigde Coninx uiteindelijk. “Het project kwam enkele jaren geleden terug op mijn bordje, maar ik had nog steeds grote twijfels over het onderwerp; toen werd ik voorgesteld aan Cécile de France, die Jeannine speelt in 'Soeur sourire'. Cécile zag in haar een powervrouw, een rebelse tante met vechtlust; dat en de sprekende ogen van Cécile gaven voor mij de doorslag.” Het mag dan ook geen toeval heten dat de krachtige en sympathieke vertolking van De France de motor is achter 'Soeur sourire', maar ook Coninx heeft daarin een rol gespeeld. “We hebben bewust gekozen voor een sympathiek hoofdpersonage en een dramatisering van de werkelijkheid. De moeder van Jeannine is het centrum geworden qua negativiteit en Jeannine is rebelser neergezet dan zij in werkelijkheid was.” |

|
De kijker kan ook niet anders dan geloven in Jeannine; zelfs als zij haar levenspartner Annie bijna de strot afknijpt blijf je hopen dat het goedkomt met de inmiddels afgezwaaide non. De aimabele Coninx blijft terugkomen op de rol van Cécile de France in het geheel. “Zij had al een aantal keren naast grote acteurs als Depardieu gestaan en koos het personage van Jeannine om zichzelf eens centraal te stellen in een film. Ik moest haar zelfs afremmen, het is een zeer fysiek actrice; dat complexe en rebelse; die zoektocht naar zichzelf – dat is helemaal Cécile.”
Toch wekt het in eerste instantie bevreemding dat de flierefluiter met vluchtgedrag en lesbische neigingen uit de film zo gemakkelijk voor het klooster kiest om haar bozige moeder te ontlopen- ook al spreken we eind jaren 50. “We hadden toen een zeer progressieve paus: Johannes XXIII. Je moet niet onderschatten wat dat bij jongeren teweeg bracht in die tijd; er was gewoon ook weinig keus voor de jeugd; het klooster was één van de weinige opties.”
'Soeur sourire' is bewust in het Frans gedraaid omdat Jeannine Deckers Franstalig was. “Er is ook veel geld uit Frankrijk in de film gestoken; dat heeft ook meegespeeld. Maar vanwege de authenticiteit moest het gewoon zo.” En in gesprekken met enkele Dominicanessen die met Deckers samenleefden in het Waalse klooster Fichermont, ontdekte Coninx dat de populatie meer divers was dan gedacht. “Er zitten zoveel typen vrouwen tussen – dat is echt opmerkelijk; dat wilde ik ook laten zien in de film. Sommigen gingen het klooster in om carrière te maken binnen die gemeenschap; het waren lang niet altijd bevlogen idealisten, maar wel vrouwen met power; dat bijvoorbeeld heb ik verwerkt in de rol van Chris Lomme, die de moeder-overste speelt.”
Een vrouw met power werd in de film uiteindelijk ook Soeur Sourire – de artiestennaam van Jeannine Deckers. Opvallend is de lichte toets die Coninx koos om haar tragische leven te verbeelden; het zelfgekozen levenseinde van de zingende non wordt in de film slechts gesuggereerd. “Ook dat is bewust gedaan; ik heb er geen behoefte aan promotie te maken voor zelfmoord. En je moet die scène waarin Jeannine en Annie slaaptabletten nemen in hun leeggehaalde huis ook niet zien als een zorgeloos feestje. Ik had een einde in gedachten als in 'Thelma & Louise': geenszins tragisch, maar wel een krachtig statement.”
Tekst en foto: Jan-Kees Verschuure |