Amsterdam, Filmmuseum, donderdag 20 augustus 2009
Onze medewerker Arjen Dijkstra spreekt de debuterende regisseur in het Filmmuseum in Amsterdam, op een dag dat de hitte Zuid-Amerikaanse trekjes heeft aangenomen, behalve dat het hier in Nederland drukkender, vochtiger is, aldus de regisseur. In zijn huidige woonplaats Montevideo is het qua weer normaal gesproken ook zo warm, maar droger dus, prettiger. De Argentijnse Adrián Biniez vertrok er vier jaar geleden vanuit zijn geboortestad Buenos Aires naartoe en is verknocht geraakt aan de stad, die naar eigen zeggen heel anders is dan een typische megagrote hoofdstad in Zuid-Amerika, zoals Buenos Aires of Lima. Dat zijn namelijk steden die net zoveel inwoners hebben als Nederland, terwijl Montevideo ongeveer 1,5 miljoen inwoners telt; het is er gemoedelijker.
Droom Dat is ook de sfeer die in de film naar voren komt. Ja, okay, mensen hebben overal tralies voor de ramen en men heeft grote ijzeren hekken om huizen en bedrijven, maar ja, het blijft wel Zuid-Amerika. Toch is Montevideo volgens Biniez echt anders. Al was het alleen maar omdat hij daar eindelijk de connecties vond die hij nodig had om zijn grote droom te doen uitkomen: filmmaker worden. Was hij in Argentinië nog vooral bezig met zijn rockbands, waarbij een grote professionele carričre nooit in zicht was, in Montevideo begon hij direct aan het schrijven van een script (althans, nadat hij een stel filmmakers had ontmoet met wie hij al snel bevriend raakte). Zijn eerste versie was slecht, de tweede was al beter en de derde werd het script voor ‘Gigante’, die was meteen goed dus! Het scenario was zelfs zo goed dat een filmmaatschappij direct interesse had. Wel moest Biniez eerst een stel korte films schieten om te bewijzen dat hij het vak beheerste. Niet dat hij ooit had gefilmd, maar als filmliefhebber had hij toch al zo veel films voorbij zien komen die hem aanspraken, dat kon toch allemaal niet zo moeilijk zijn, als je het maar simpel houdt, bedacht hij. En inderdaad, hij kreeg gelijk.
 |
Efficiënt Zijn twee korte films, ‘8 horas’ en ‘Total disponibilidad’ vonden de waardering en goedkeuring van de filmbazen en Biniez kreeg middelen om ‘Gigante’ te maken. In vier weken moest het er op staan. Zo gezegd, zo gedaan. Helaas kon de kersverse filmmaker niet terugvallen op een solide opleiding of een flinke dosis ervaring. Gelukkig wel op zijn nieuwe filmvrienden die hem in zijn korte films vooral hadden ondersteund met adviezen als “zoek het zelf maar uit, het is jouw film!”. Helpen met schieten wilden ze nog wel, maar Biniez moest bepalen hoe of wat, en terecht, hij was immers de regisseur. Het dwong hem zijn eigen visie helder te krijgen en bij ‘Gigante’ kregen de filmvrienden gelukkig ook nog goede ideeën over hoe deze ideeën goed in beeld zouden komen, waar Biniez gretig gebruik van maakte. Hij bleek toch zeer helder te hebben wat hij wilde, en gedwongen door de beperkte tijd en het bescheiden budget, werd er efficiënt gewerkt. Naar eigen zeggen heeft hij dan ook vrijwel geen materiaal geschoten dat niet bruikbaar was. Ook werden er geen ingewikkelde shots genomen, geen hippe montage gedaan, geen gedoe, geen overdreven toeters en bellen, alles naturel en dichtbij. Het credo was en bleef: houd het simpel. Een belangrijk ingrediënt voor de film, die er zijn spontane en authentieke karakter aan ontleent. Nu hopen dat Biniez die lijn volhoudt en ‘Gigante’ geen gelukstreffer bleek. |
Apatow Adrián Biniez, voorheen vooral groot filmliefhebber, houdt van allerlei soorten films, van Hollywood tot art-house en met een speciale voorkeur voor Azië, wat niet zo gek is, omdat daar de laatste jaren zovel moois wordt gedaan op filmgebied. Ook is hij een fan van het werk van Judd Apatow, die als producent of als regisseur zijn films vaak dezelfde simpliciteit mee geeft in verhaal en manier van filmen als hijzelf, hoewel in dergelijke films heel wat meer gekletst wordt dan in ‘Gigante’. Het heeft met het karakter van het verhaal en van haar hoofdpersonage te maken en het werkt dat hij doet, hij zit immers de hele dag achter een beeldscherm, in zijn eentje en gaat ook in zijn eentje achter de vrouw aan, die hij pas later te spreken krijgt. Hoe het ook zij, dit levert een film op die het vooral in beeld- en geluidsoplossingen zoekt en daardoor zeer spannend is om naar te kijken, zonder, of juist doordat er zo weinig wordt uitgelegd. Als je dat op zo’n niveau kan, dan moet je wel een natuurtalent zijn!
Stralen Het is inspirerend om te merken dat dat dus kan, een film maken 'uit het niets’, met weinig geld en tijd en eigenlijk nul ervaring. Met de juiste ondersteuning, dat wel, en met een bescheiden mentaliteit, als prettige dekmantel voor een toch wel gedreven, spontane persoon, die eigenlijk meer als een jonge adolescent overkomt, enthousiast vertellend over wat hem bezighoudt en boeit. Met als enige handicap de toch beperkte kennis van en vaardigheid in het Engels. Zodra hij over film begint gaan zijn ogen echter stralen, begint hij te glimlachen en praat hij aan een stuk door, af en toe onderbroken door zijn eigen frustratie over het feit dat zijn Engels niet is zoals hij het zou willen; hoe zeg je dit, hoe zeg je dat. Toch verloopt het gesprek vloeiend, als vanzelf. Vragen hoeven bijna niet gesteld te worden, want er valt zo ook wel genoeg te vertellen.
Nieuw begin En wat ligt er op stapel? Zijn volgende film zal wellicht gaan over een man die uit Buenos Aires komt, 34 jaar oud, die er aan het einde van zijn voetbalcarričre achter komt dat hij eigenlijk niets anders kan dan voetballen, geen ambitie heeft om voetbalcoach te worden en eigenlijk dus helemaal opnieuw moet beginnen. Biniez vergelijkt dat met zichzelf, hij is ook 34 en heeft het gevoel ook net opnieuw te zijn begonnen, hoewel natuurlijk wel met het vervullen van een droom die hij op zijn negende tot zijn onderbewuste had verbannen en die daar sindsdien sluimerde, loerend op een kans die in Montevideo eindelijk kwam.
Albert Heijn Overigens valt er met het maken van films als de zijne, nog niet echt een boterham te verdienen. Als hij naast de Zilveren Beer en de Alfred Bauer Prijs (nee, ook Biniez zelf weet niet precies waar die prijs voor staat), niet die prijs voor het beste debuut op het filmfestival in Berlijn had gewonnen, waaraan een geldbedrag van €10.000,- is verbonden, had hij nu gewoon weer in de supermarkt moeten gaan werken, of achter de bar moeten staan; werkzaamheden die hij hiervoor verrichte. Voorlopig trekt Biniez nog de wereld rond om zijn film te vergezellen op diverse festivals, zoals Krakau (Polen), Montreal (Canada) en Brazilië. Daar zitten vast nog wel meer (geld)prijzen aan te komen, dat kan haast niet anders. En of hij naar Hollywood zou gaan als men hem zou vragen voor een film daar? Natuurlijk, als het maar met leuke mensen is en met een goed idee, dan zeker, waarom niet? En hij heeft gelijk, want deze man hoort niet achter de kassa van de Albert Heijn, maar deze man moet films maken.
Tekst: Arjen Dijkstra
Foto's: Lodi Meijer |