Amsterdam, Pacific Park, dinsdag 15 september 2009
Zijn opa Hans Nesna was een filmpionier die in 1919 met 'Carmen van het Noorden' één van de eerste Nederlandse speelfilms maakte. De kleinzoon, Jelle, zag dat er in een filmboekje op de filmacademie over gesproken werd en dacht toen "Hé, daar moet ik een keer wat van maken." Enkele decennia later is het dan zover: de moderne hiphopversie van 'Carmen van het Noorden' is een feit. Met Jelle Nesna aan het roer, sterren Tygo Gernandt en Thom Hoffman in belangrijke rollen, en de indrukwekkende jonge actrice Sanguita Akkrum in dé belangrijkste rol, die van verleidster Carmen. Met verder een ijzersterke soundtrack van de hand van Perquisite, zou niets het succes van de film nog in de weg mogen staan. De regisseur vertelt in gesprek met Movie 2 Movie hoe de productie van de film is verlopen, waarbij zowel zijn passies als frustraties aan bod komen.
Tijd voor Carmen
Nesna had, zoals gezegd, al een tijdje het idee om zijn eigen bewerking van 'Carmen van het Noorden' te maken, maar eigenlijk kwam er steeds van alles tussen. "Op een gegeven moment dacht ik: 'Als ik nu niet aan iets begin, maak ik nooit een speelfilm'. En hij wilde het gewoon echt heel graag. Ik dacht: 'nú moet ik het gaan doen!', zo vertelt de regisseur. "Ik had wel met mijn eindexamenfilm een prijs gewonnen, en ik had een nominatie voor een Gouden Kalf voor de beste televisiefilm gehad, dus toen vond ik het wel tijd worden om een speelfilm te maken. Toen ben ik naar San Fu Maltha gestapt, de beste producent van Nederland - voor mij dan - en die vonden het een hartstikke leuk plan, en toen zijn we aan de slag gegaan."
Ook al gaat het hier om een bewerking van een film van Jelle's opa, de interesse in de film is niet puur nostalgisch: "Het is natuurlijk een heel sterk verhaal. Het Carmenverhaal is niet voor niets zo populair. Iedereen kan zich voorstellen dat als er zo'n verleidelijke vrouw op je pad komt, die je verleidt, dat je daarvoor bezwijkt en dat dat je leven aardig op zijn kop kan zetten. Louis Paul Boon heeft geschreven: 'Ieder goed verhaal moet iedere tien jaar opnieuw verteld worden.' En die film van mijn opa is negentig jaar oud, dus het werd wel eens tijd," lacht Nesna.
|
Carmen en hiphop
Het blijft natuurlijk de vraag wat Jelle's opa van deze geupdate versie van zijn film zou hebben gevonden, maar de hele urban/hiphop-sfeer van de film zal de jeugd vast en zeker aanspreken. Maar vanwaar eigenlijk precies de hiphopbenadering? Zit hier nog een diepere gedachte achter? "In het (oorspronkelijke) verhaal van "Carmen" gaat het erom dat Don José, hier dus Joz, Carmen krijgt, maar dat zij hem vervolgens voor een ander dumpt. En wie is de ander? In het boek valt ze voor een man met status. Een toreador. In de film van mijn opa valt ze voor een operazanger die de rol van toreador speelt in de opera "Carmen". Dat waren toen helden. In onze huidige tijd zijn de helden vaak muzikanten en binnen de belevingswereld van jongeren neemt hiphop een belangrijke plaats in. Toen dacht ik: 'waar valt Carmen voor in mijn film? MC Toreador!' Dat betekende dat Carmen als ambitieuze vrouw haar droom moest najagen als zangeres en een ster wil worden. Toen viel eigenlijk het kwartje en wist ik precies hoe ik de film moest maken. En de vorm en stijl vielen daarmee samen."
Er zit dus een iets diepere reden achter de hiphopbenadering. Wellicht is ook op zijn minst voor een moderne dans/muziekstijl gekozen omdat het oorspronkelijk de bedoeling was dat de film een musicalvorm zou krijgen, net als heel veel andere 'Carmen'-verfilmingen. En daar raken we meteen het eerste pijnpunt bij |

|
Nesna. Hier was namelijk geen geld voor. "Als je een musical zou willen maken, dan zou de hele soundtrack van te voren klaar moeten zijn. Dat betekent dat je gaat repeteren, de hele soundtrack maakt, en dat je dan als een videoclip de film gaat draaien. Een beetje zoals 'Moulin Rouge' gedraaid is. Dan moet je echt de hele geluidstrack klaar hebben, maar een musicalfilm kost geld. Dan heb je een script van a tot z, en dat zou ik hartstikke leuk vinden, maar we hadden geen geld. Dus: 'hup, weg met dat idee!'"
Realisme?
Een al dan niet gunstige bijkomstigheid - al naar gelang de voorkeur van de kijker - is dat je als toeschouwer wel minder uit de film wordt getrokken en de stijl wat realistischer wordt nu het niet meer om een musical gaat. "Toch is er natuurlijk nog wel Duvel die af en toe voorbijkomt en commentaar geeft," werpt Nesna tegen. "Ik wilde hem ook erbij hebben om wat vrijheid te krijgen om bepaalde stappen te nemen in het verhaal die misschien niet per se nodig zijn. Het is eigenlijk zijn verhaal. Hij heeft het allemaal al een keer meegemaakt. Zijn verschijning kan er voor zorgen dat je als kijker uit het realisme wordt getrokken."
Duvels aanwezigheid in de film is een welkome. Hij brengt niet alleen sfeer, overwicht, en poëzie in het verhaal, er is ook wat voor te zeggen dat het goed is dat hij de film een wat Brechtiaans karakter geeft en de kijker duidelijk laat zien dat hij naar een film zit te kijken. Anders kan het gebrek aan nuance of realisme in de gedragingen van sommige personages de kijker misschien parten gaan spelen. Nesna wijt het gebrek aan subtiliteit in sommige gedragingen aan de beperkte financiële middelen: "Het budget was de grote uitdaging. Je draait in 21 dagen een speelfilm. Dat is weinig. Ik ben blij met wat we gemaakt hebben. Ik ben blij met de energie die de film uitstraalt."
Filmmuziek
De film straalt niet alleen energie uit, er klinkt ook energie uit! De uitstekende soundtrack van producer Perquisite, bekend van zijn formatie met mc Pete Philly, weet een perfecte aanvulling te vormen op de rauwe, trieste, of gevaarlijk sensuele sfeer van de beelden. Het was een geïnspireerde keuze van Nesna. "Ik heb ook met Lange Frans en Brainpower gesproken. Maar toen ik Pete Philly en Perquisite hoorde, vond ik dat zo visueel... De muziek die Pieter eromheen bouwt, de outro's van een nummer, dat vond ik zo fantastisch mooi, dat ik dacht: 'Ja, dit is het!'," aldus de regisseur.
"En toen bleek dat Pieter ook nog de ambitie had om speelfilmmuziek te maken," vervolgt Nesna. "Hij had zelfs al zoiets gedaan tijdens een project, waarvoor hij een eigen soundtrack had gemaakt bij de film 'Chinatown', van Roman Polanski. Dus zijn ambitie en die van mij vielen daarmee samen. We waren met zijn allen ook heel blij met zijn muziek, en het maakt de film ook heel bijzonder."
Filmische inspiraties
Hoewel Nesna uiteraard een kleiner budget had, heeft hij zijn inspiratie uit enkele grote Amerikaanse films gehaald. "Mijn inspiratie voor het filmen heb ik niet uit Carmenfilms gehaald, maar uit films die mij om andere redenen boeien. Zoals 'Taxi Driver' van Martin Scorsese, of 'Domino' van Tony Scott. En 'Training Day' van Antoine Fuqua. Wat die films allemaal gemeen hebben voor mij is de manier waarop je een universeel verhaal in een realistische omgeving zet. Voor mij is het natuurlijk bigger than life, maar ik wilde het realistisch maken door de film te vertellen vanuit het oogpunt van Joz, oftewel Tygo Gernandt. Dit is zijn blik op de werkelijkheid. En daarbij heb ik me door die films laten inspireren."
Ook voor de look van zijn film heeft Nesna naar de eerdergenoemde films gekeken. Zo heeft 'Carmen van het Noorden' een soortgelijk kleurenpalet als in 'Domino' gebruikt is. "Alleen hebben wij digitaal gedraaid," vertelt Nesna. "Ik vond het wel leuk dat er een parallel is met het ontstaan van hiphop in Amerika. Die artiesten zijn vanuit financiële beperkingen begonnen met beatboxen en scratchen, en dat is hiphop geworden. En zo is deze film ook ontstaan. We hebben workshops gehouden voor jong talent om mee te kunnen werken aan deze film. Daar zijn hele goede mensen uit voortgekomen die ook echt iets toegevoegd hebben aan de film, zoals Timo Ottevanger en Cealdino, die ook een nummer speelt in de film. Onze creativiteit is meer aangesproken. Kijk, zo weet de regisseur toch nog iets van een positieve draai aan het geldprobleem te geven.
Topcast en regisseur met verrassingen
Gelukkig dat Nesna niet heeft hoeven beknibbelen op de cast. Hij heeft gewoon de beste spelers weten te strikken. "We hebben eerst de rol van Carmen gecast - toen kwamen we bij Sanguita uit - en toen hebben we gekeken met welke acteur zij een klik had," Dat bleek uiteindelijk Tygo te zijn, een acteur waar Nesna - professioneel gezien - vol lof over is. "Als Tygo iets doet, doet hij het voor 100 procent. Dan is het echt een trooper. Het is een onmogelijk mens, maar hij is ook onmogelijk hard bezig om het beste van je film te maken. Van alle kanten ondersteunt hij je om de film beter te maken. Het is een heel prettig iemand om mee samen te werken"
Hoe de regisseur zelf is om mee samen te werken, zouden we aan de acteurs moeten vragen, maar zelf biedt Nesna de volgende analyse: "Ik wil niet twee keer hetzelfde zien. De acteurs moeten blijven nuanceren en zoeken. Ik zoek naar iets - en ik weet nog niet precies wat ik wil, alleen een richting - en dan moeten zij mij verrassen. Ik weet niet wat zij mij kunnen bieden. Als de eerste take meteen helemaal perfect gaat, ben ik ongelukkig. Als er wat fout was gegaan, had ik tenminste nog wat langer kunnen nadenken. Want iets wat in een scène werkt, werkt niet altijd in de context van de film. En als je maar één take hebt, heb je niets anders om in de montage mee te werken."
In de voetsporen...
Het startpunt voor de film van Jelle Nesna was natuurlijk de film van zijn opa uit 1919. Maar is er na al die bewerkingsdrift nog wel een connectie met het origineel aanwezig? Nesna zegt van wel: "De opbouw van het verhaal, en degene met wie Carmen ervan door gaat zijn vergelijkbaar. Maar de film van mijn opa is alleen met muzikale begeleiding of live muziek leuk om te kijken. Anders val je in slaap," glimlacht de regisseur. "Toen ik zelf, toen ik zeventien of achttien was, de film voor het eerst zag, vond ik het slaapverwekkend. Toen ik wat meer begreep wat het betekende om een film te kunnen maken, besefte ik dat het een heel bijzonder project moet zijn geweest in die tijd in Nederland. En dat het een heel bijzondere film is. Mijn opa heeft als kunstenaar onsterfelijkheid benaderd, en nu heb ik tenminste weer een beetje aan zijn bekendheid bijgedragen. Want iedereen was hem al een beetje vergeten. Daar zou hij vast dankbaar voor geweest zijn." Zonder twijfel. Jelle Nesna hoeft zich zeker niet te schamen voor zijn prikkelende, tragische, en vermakelijke 'Carmen van het Noorden'.
Tekst: Bart Rietvink |