Amsterdam, Dutch Design Hotel Artemis, maandag 14 september 2009
De razend populaire en prijswinnende jeugdserie 'SpangaS', over de belevenissen van een groep jongeren op het Spangalis College, heeft eindelijk een heuse speelfilmbewerking gekregen! Met de (inmiddels) vaste regisseur van de serie, Diede in 't Veld, aan het roer, was duidelijk dat zaken als authenticiteit, continuïteit, en respect voor de wortels van de personages en hun verhalen nooit onder druk zouden komen te staan. Dat is ook zeker niet gebeurd: de film is een feest van herkenning voor de fans van de serie, die al hun favoriete personages terug kunnen zien in een spannende film over een survivaltochtje dat een onverwachte, opwindende wending krijgt. De film 'SpangaS op Survival' is als een langgerekte aflevering van de serie, maar met meer drama, meer actie, en zich afspelend in een stoere, avontuurlijke omgeving. What's not to like? Movie 2 Movie had een gesprek met de voornaamste creatieve kracht achter de serie en de film, regisseur Diede in 't Veld, in een poging hem enkele kneepjes van het vak te laten prijsgeven.
Informatica + theater = film
In 't Veld lijkt een natuurtalent te zijn op het gebied van filmregie, maar het had niet veel gescheeld of hij had zijn hele leven lang als computernerd op kantoor gewerkt. Hij studeerde namelijk informatica en heeft zelfs even in de IT gewerkt. Erg interessant, dat hij dan toch nog in het regievak terecht is gekomen. In 't Veld legt uit: "In Delft ben ik informatica gaan studeren terwijl ik eigenlijk liever naar het conservatorium wilde. Maar van mijn vader moest ik eerst een vak leren voordat ik "leuke" dingen kon gaan doen. Omdat ik goed was in wiskunde ben ik informatica gaan studeren. Maar ik vond die studie echt vreselijk. Daarna ben ik heel veel gaan doen met muziek, met een eigen bandje, zelf nummers schrijven, optreden. Op de middelbare school heb ik heel veel geacteerd," gaat de regisseur verder, "en toen ik bij een studentenvereniging zat in Delft, die ieder jaar een musical deed, leek het me heel erg leuk om dat te regelen. En dat vonden ze goed."
|
Zelf had in 't Veld echter nog geen regie-ervaring, dus riep hij de hulp in van een vriendin. "Een meisje met wie ik op de lagere school zat, was de toneelschool gaan doen, en toen had ik haar gevraagd om te komen regisseren. Dat wilde ze wel doen, maar alleen op de voorwaarde dat we het samen zouden doen. Toen ben ik samen met haar de eerste productie, "Hello Dolly", gaan regisseren, en later hebben zij en ik samen nog veel meer producties geregisseerd, waaronder bijvoorbeeld "West Side Story". Van haar heb ik dus eigenlijk voor het eerst het regievak geleerd."
Alles goed en wel, maar op dat moment was in 't Veld alleen nog met theater bezig, een wereld die toch nog redelijk gescheiden is van de filmindustrie. "Toen ik afgestudeerd was en ging werken in de IT was ik zo ontzettend ongelukkig; ik vond het helemaal niks. Toen heb ik aan mezelf gevraagd: 'Wat wil je nu echt?' En ik wilde het theater in en met acteurs werken. Maar mijn moeder kreeg toen een relatie met een scenarioschrijver, en die zei tegen mij: "Je moet de film in. Je hebt een technische achtergrond en je vindt regie en acteren leuk: dat valt in elkaar. En toen pas realiseerde ik me dat ik altijd in film geïnteresseerd was geweest. Als kind was ik al heel vaak met camera's bezig geweest. Maar je denkt dat de filmwereld gemaakt is voor een bepaald soort mensen dat daarvoor geboren is. Maar hij zei: 'Als je het wilt, moet je het |

|
gewoon doen.' En ik heb het gedaan," vertelt In 't Veld. Hoe bijzonder zijn carrièrepad ook is verlopen, het is alsof alles in zijn leven naar zijn werk als regisseur heeft geleid. Het heeft zo moeten zijn.
Grote gok met resultaat
Toen in 't Veld eenmaal het licht had gezien, kon ook niets of niemand hem tegen houden. Noch zijn vader, noch zijn gebrekkige budget. Dit moest hij gaan doen. "Ik heb eerst een tijd tevergeefs geprobeerd om als runner aan de bak te komen, voordat ik ben gaan zoeken naar een regie-opleiding. Ik kwam toen een 1-jarige opleiding regie tegen in New York. Toen ben ik hals over kop naar Amerika vertrokken voor een jaar, heb me diep in de schulden gestoken, en ben ik die opleiding gaan doen."
Een erg grote gok, natuurlijk, om zomaar zonder geld of idee wat de toekomst zou gaan brengen naar het buitenland te vertrekken. "Dat was ook zo," geeft in 't Veld toe, "en mijn vader verklaarde me voor gek. Maar mijn oma - ze was toen iets van 88 jaar oud - zei: 'als je een droom hebt, moet je die najagen.' En dat heb ik gedaan." Het was ook wel degelijk bikkelen in Amerika voor de filmmaker in spe, maar tegelijk een perfecte vuurdoop, zo laat hij weten. "Vanaf de eerste dag dat ik daar stond, kreeg ik een camera in mijn hand en moest ik gaan draaien." zegt in 't Veld. "Het eerste weekend een filmpje draaien op film en dan de maandag erop verplicht vertonen in een zaal, waarbij je meteen neergesabeld wordt en echt het gevoel krijgt dat het gewoon een hard vak is. En dat je het niet zomaar eventjes doet, regisseren. Je moet gewoon heel veel draaien, en dat heb ik in dat jaar dus ook ontzettend veel gedaan."
Na een jaar in het diepe te zijn gegooid in Amerika zou je ergens denken dat in 't Veld wel meteen met het regisseren van films en series zou willen beginnen op het moment dat hij weer terug is in Nederland. Maar hij heeft zich toch tamelijk bescheiden opgesteld en niet zijn hand overspeeld. In 't Veld: "In Nederland ben ik toen voor het eerst als opnameleider aan de slag gegaan. Dan zit je zo dicht bij de regisseur dat je er heel veel van kunt leren. Ik heb met heel veel verschillende regisseurs in Nederland gewerkt en bij iedereen heb ik gekeken wat ik wel en niet goed vond en daarvan heb ik heel veel geleerd. Mijn eigen planning was om na een jaar of tien pas wat met regie te gaan doen. Maar toevallig is het sneller gegaan. Dat is heel leuk. Nu, vijf jaar nadat ik de keuze heb gemaakt om te gaan regisseren, draait mijn eerste speelfilm in de bioscoop. Dus dat is heel snel gegaan. Maar het is wel echt mijn droom. Er gaat geen dag voorbij dat ik ontzettend dankbaar ben dat ik dit mag doen. Ik vind het echt fantastisch. Het allermooiste wat er is."
SpangaS geen soap
In 't Veld had toegezegd voor de serie 'SpangaS' te gaan werken omdat hij zo graag met jonge acteurs werkt en een kwaliteitsprogramma voor de jonge(re) doelgroep wilde maken: "Ik vind het leuk om semiprofessionals of beginnende acteurs beet te pakken en ze door elkaar te schudden en te zeggen: 'je kan het beter.' Om ze dingen te laten leren en échter te laten spelen. Dat vond ik de uitdaging. Ik heb die serie een beetje tot mijn kindje gemaakt. Ik vond het zo'n uitdaging en zag zoveel potentie in die acteurs, en ik wilde zo graag dat er in Nederland goed jeugddrama gemaakt werd. Dat je een serie maakt die, binnen de randvoorwaarden, kwalitatief gewoon okay is. Officieel is "SpangaS" een soap, maar dat is het eigenlijk niet," stelt de regisseur. Hij legt ook waarin "SpangaS" zich dan, volgens hem, onderscheidt van een standaardsoap. "Ten eerste draaien wij op locatie. Soaps worden in de studio opgenomen. Dat geeft al een heel ander gevoel. Ten tweede hebben de verhaallijnen, vind ik, meer maatschappelijk belang dan die in een soap. Het doel is ook om de jeugd te onderwijzen of dingen te laten zien. Om ze een bredere blik op de wereld te geven. En dat hebben soaps ook niet echt. Ten derde is ook mijn doel om de performances beter te laten zijn dan in een soap."
Het is erg mooi dat in 't Veld zich deze (hogere) standaarden stelt, maar er wordt wel net zo snel geschoten als in een (normale) soap, dus dan kan het moeilijk zijn om deze betere performances voor elkaar te krijgen. "Dat is ook heel moeilijk," geeft de regisseur toe. "Dat is ook een belangrijke reden dat ik de film zo graag wilde doen. Ik wilde die stap wel maken. Ik wilde die verdieping, en ik wilde kijken of ik met deze groep ongeschoolde, jonge acteurs een speelfilm kan maken waarvan de mensen zeggen: 'Wat een goed verhaal. Leuk om te kijken. Goed gespeeld.' En ik vind ook dat de film echt een verdieping van de serie is geworden."
'SpangaS op Survival' zwaar voor de leek
De film 'SpangaS op Survival' als verdieping van de serie dus. Leuk voor de fans, natuurlijk, maar wat lastiger voor de leek, die niemand van de grote groep personages kent. In 't Veld: "Het blijft een hele moeilijke film, want het is een ensemblefilm. Daar kies je voor, want je wilt naar je fanbase toe dat iedereen die in de serie zit, ook in de film zit. En dan begin je met een ensemble van twaalf karakters. Maar als leek heb je het dan zwaar."
Moeilijk of niet, toch moest iedereen, fan of geen fan, de film op zijn minst goed kunnen volgen, vertelt de regisseur. "De doelstelling is altijd geweest om te zeggen: 'Je moet als leek de film kunnen kijken en 'm mee kunnen krijgen.' Want als ik twaalf karakters moet introduceren, ben ik veertig minuten later nog daarmee bezig. Dan zou de film ook twee uur duren en dat kan niet, voor deze doelgroep. Dus ik heb de introducties heel bewust minimaal gemaakt. Maar dan ga je het verhaal in, en tijdens het verhaal leer je ze wel kennen. En dan moet je ook nog zorgen dat al die twaalf lijnen als een soort mozaïek in elkaar vallen en dat het niet losse lijnen blijven. Dus uiteindelijk is het ensemble het hoofdpersonage."
Drama en realisme Hoewel de film enerzijds een mooi verlengde is van de serie, heeft de film ook meerwaarde. "Ik vind dat de karakters minder voorspelbaar zijn en dat de lijnen subtieler zijn dan in de serie. Minder in your face. Voor de acteurs was het ook heel fijn om meer uit hun personages te kunnen halen," gaat in 't Veld verder. "Het is natuurlijk de ultieme kans. Ik geef ze ook dramales tijdens de serie. Ik ben altijd aan het proberen om tot een betere performance te komen, maar de kansen hiertoe in de serie zijn natuurlijk minimaal. Dus nu konden ze beter laten zien wat ze kunnen. Ik heb in de film ook erg gekozen voor drama. En het moet realistisch zijn. Het moet een werkweek zijn die je zelf zou kunnen meemaken."
Spetterende actie en valpartijen
De focus in 'SpangaS op Survival' ligt dan wel op drama, de laatste acte van de film bestaat uit bijna non-stop nagelbijtende spanning en actie. Vooral de raftscènes, die in Zuid-Frankrijk zijn opgenomen, zijn opwindend. Als kijker is het net of je ook in de boten zit, zo intiem is het gefilmd. In 't Veld legt graag uit wat voor filmische trucjes of handigheden hierbij gebruikt zijn: "We hebben vier verschillende soorten rafts gebruikt. Vier formaten. Een vierpersoons, een zespersoons, een achtpersoons, en een twaalfpersoons. Een normale raft is een zespersoons raft. Als we met ze in de boot gingen draaien, dan gebruikten we een twaalfpersoons raft. Het eerste stuk was dan met eerst twee stuurmannen, dan de cameraman, de geluidsman en ik, en dan de cast. Eerst zaten ze met hun neus allemaal onze kant op. En dan roeiden zij vooruit, en de stuurmannen voorop stuurden dan vanaf de voorkant. Dan deden we een run van twintig kilometer. En daarna gingen we allemaal andersom zitten, dus toen zaten we ineens achter de cast. Dus zo konden we alle tegenshots doen zonder onszelf te hoeven verplaatsen. Dus dat is een beetje de truc. En alles is met de hand gedraaid, met de camera in een waterdichte zak, vanaf de schouder geschoten. We zijn dus ook zelf door die grote golven heengegaan, met camera en al. We hadden wel een reddingsteam van acht man klaarstaan, maar die acteurs hebben geen ervaring met zwemmen in wild water. Dus dat was best wel eng."
Hoe eng dit ook was, de opnamen in de Ardennen van de rustigere scènes bleken een nog groter probleem te vormen, door heel veel noodweer. "In het begin van de film zie je dat het heel mooi groen is, maar het eindigde als een blubbermassa waar geen grassprietje meer overeind stond. Dat was verschrikkelijk. Zoveel regen. Dat was eigenlijk nog gevaarlijker dan in Zuid-Frankrijk, door alle gladheid, kapotte enkels en kuilen. De cameraman is zelfs met camera en al uitgegleden."
Het gaat om het spel, niet om de actie
De actie is magistraal, maar In 't Veld blijft een drama-regisseur: "Ik ga de actie niet uit de weg, maar ik vind wel dat de actie verteld moet worden vanuit het drama. De actie is een voertuig om je dramatische lijnen af te kunnen maken. Het is niet actie om de actie. Ik heb uiteindelijk meer met acteurs en spel. Toch vind ik het heel leuk om te doen.
Zijn liefde voor het spel verklaart wederom zijn vreugde voor het spelen met jonge, onervaren mensen. "Ik vind het leuk om uit jonge acteurs een optimale performance te halen. Dat vind ik absoluut de uitdaging. Het grootste compliment dat een onervaren acteur, toen ik studeerde, mij kon geven was: 'Ik had niet verwacht dat ik dat kon.' Dat is wat je wilt: dat je mensen boven zichzelf uit kunt tillen. Dat vind ik het leuke hieraan. Maar ik zou het ook absoluut leuk vinden om met geschoolde acteurs te werken," zegt de regisseur, die zich ook zeker niet wil beperken tot jongeren. "Natuurlijk: ik zou ook graag een volwassen film willen maken. Dit is gewoon toevallig hoe het gelopen is. Maar ik heb de film ook nooit benaderd als een kinderfilm, maar als een familiefilm. De serie heeft de doelgroep 9-12 jaar en de film 9-16 jaar."
Pacino en Spangas part II
Wanneer in 't Veld gevraagd wordt naar zijn filmische inspiraties, blijft het even stil. "Ik ben niet echt een filmbuff, maar de 'The Godfather'-reeks vind ik wil een voorbeeld van hoe je, ook met simpel camerawerk, heel veel met performance kan doen. 'Dog Day Afternoon', dat soort dingen. Al Pacino is ook een acteur die in één scène en in één shot zoveel verschillende lagen en nuances kan laten zien. Dat ik heb ik in deze film ook wel geprobeerd te doen, om scènes diepere lagen te geven." Misschien dat de regisseur dat wel opnieuw kan gaan proberen in een mogelijke volgende film van "SpangaS": "We zijn nu bezig met seizoen 2010/2011. Dat is al heel ver vooruit. En dan, wie weet, deel twee." We zijn erg benieuwd!
Tekst en foto: Bart Rietvink |