Er zijn veel nare zaken in de wereld waar wij westerlingen weinig van afweten. Hetzij doordat er geen ruchtbaarheid aan wordt gegeven, hetzij doordat diegenen die er wél over willen vertellen worden tegengewerkt of zelfs gedood. Daarom is het goed dat er films en documentaires gemaakt worden die onregelmatigheden aan de kaak stellen of anderszins in beeld brengen, zodat in elk geval ons bewustzijn gescherpt wordt. ‘Altiplano' is voor een deel gebaseerd op gebeurtenissen in het Peruaanse dorp Choropampa, waar op 2 juni 2000 een vrachtwagen van een door Amerika geëxploiteerde goudmijn, kilo's vloeibare kwik lekte. Het officiële verhaal wil dat de ramp snel was opgelost, maar in werkelijkheid bleken veel dorpelingen ziek te zijn geworden of zelfs te zijn gestorven aan de gevolgen van kwikvergiftiging. (Zie over de nasleep van deze kwikramp ook de documentaire ‘Choropampa, El Precio De Oro' uit 2002). In ‘Altiplano' wordt het verhaal van Saturnina, een vrouw die het woord voert voor de gemeenschap die te kampen krijgt met de kwikverontreiniging, gecombineerd met dat van de oorlogsfotografe Grace, wier man werkzaam is als oogarts in het dorp. Beide vrouwen maken het leed in het dorp Turubamba, waar de film zich afspeelt, van zeer nabij mee, maar vanuit een andere optiek. Saturnina staat symbool voor de Andescultuur en Grace voor de westerse. Door die twee te combineren en tegen elkaar af te zetten, hopen filmmakers Peter Brosens en Jessica Woodworth een realistisch beeld te geven van het Hoogland van de Andes (dat op zijn Spaans ‘Altiplano' wordt genoemd). ‘Wij geloven in humanistische cinema,' zeggen de regisseurs in een statement op de officiële site van de film. Ze gaan uit van een respectvolle dialoog tussen verschillende culturen en willen daar met deze film aan bijdragen.
Professor Luis Millones, een gerespecteerd antropoloog, is zo onder de indruk van de film en de manier waarop de Andescultuur erin wordt weergegeven, dat hij de film op verschillende evenementen wil gaan vertonen. ‘De Andes vormen niet van achtergrond van de film,' zo schetst hij, ‘maar het is eerder zo dat het landschap terugstaart naar de kijker en daarmee een gevoel van eeuwigheid oproept waardoor de karakters bewegen.' Dit strookt met Brosens' omschrijving van ‘Altiplano' als ‘ervaringscinema'. Je moet er volgens hem van genieten zoals van een schilderij of van een stuk muziek. En inderdaad, de beelden en de muziek uit de trailer (die maar liefst drieënhalve minuut duurt) lijken te wijzen op een film die beeld en muziek op een overweldigende manier combineert.
|