‘Latcho Drom’ betekent zoiets als ‘goede reis’. In dit geval een goede reis voor de zigeuners die zo’n duizend jaar geleden vanuit India naar West-Europa zouden zijn getrokken. Regisseur Tony Gatlif (die zelf zigeunerbloed heeft) verbeeldt deze tocht in muziek en dans, zonder dat er een enkel woord wordt gesproken. Zo moet er een positief beeld worden geschetst van een etnische groep die al honderden jaren wordt buitengesloten of anderszins buiten de boot valt. ‘Latcho Drom’ vormt het midden van een zigeunertrilogie die begon met ‘Les Princes’ (1983) en eindigde met ‘Gadjo Dilo’ (1997). Van deze drie films is ‘Latcho Drom’ de enige die nog nooit in de Nederlandse bioscopen te bezichtigen is geweest. Naast vertoningen in het festivalcircuit is de film slechts in een handjevol landen op het grote scherm te zien geweest. En dat is merkwaardig te noemen, aangezien de film destijds lovende kritieken ontving en grote prijzen op de filmfestivals van Cannes en Montréal.
Voor deze film heeft Gatlif een jaar lang met een filmcrew rondgereisd om het hart van de zigeunercultuur vast te leggen. Dansers en muzikanten uit diverse landen zijn gefilmd, waaronder Egypte, Turkije, Hongarije en Frankrijk. Het moge duidelijk zijn dat zigeuners niet over één kam geschoren kunnen worden, want de muziekstijlen lopen wijd uiteen. Maar uit elke recensie blijkt dat de gemene deler het enthousiasme is waarmee de muziek gemaakt wordt.
De vraag of Gatlif met ‘Latcho Drom’ daarmee niet een te geromantiseerd beeld schetst van de zigeuners, lijkt vrij makkelijk met ‘ja’ te beantwoorden. Maar dat neemt niet weg dat de muziek en de beelden blijkbaar enorm tot de verbeelding spreken. Bovendien is het goed voor het bewustzijn van mensen dat ze zigeuners ook eens op een positieve manier zien afgebeeld. En zeg nou zelf: voor de verandering eens lekker wegdromen bij mooie beelden en muziek – dat kan toch geen straf zijn!
|