De in Nederland geschoolde, maar over de wereld reizende, werkende en wonende Kris Kristinsson belandde in 2001 in Huaraz, Peru, een hooggelegen stad in de Cordillera Blanca. Kris werd naar eigen zeggen onmiddellijk gegrepen door de schoonheid van het gebied en probeerde in de jaren dat hij in Huaraz woonde, de lokale bevolking te helpen het gebied op de kaart te zetten. Na verschillende projecten besloot hij om een ware speelfilm te maken met Peru en het Peruaanse landschap in de hoofdrol. Kristinsson werd gelukkig niet weerhouden door een volledige gebrek aan ervaring in de filmwereld; gewapend met een mini DV-camera én zijn idee voor het verhaal is hij gaan filmen, wat resulteerde in het 72 minuten durende ‘Ruta del Jaca'. Jaca is het Quechuawoord voor cavia, in de meeste Andeslanden nochtans als lekkernij beschouwd, zij het niet door iedereen. Dit toont direct een tweedeling in de hedendaagse cultuur van Peru, waarbij elementen van de (Indiaanse) plattelandsbevolking door sommigen worden beschouwd als toonbeeld van een achtergestelde cultuur. De urbane Peruaan beschouwt dit soort ‘traditionele' cultuuruitingen niet zelden als niet meer van deze tijd, ruraal en simpel. Anderen, veelal buitenlandse bezoekers, zijn juist van mening dat deze culturele elementen van het land gekoesterd moeten worden en gaan er naar op zoek. Zo ook Kristinsson, althans zo lijkt het. De film gaat dwars door het land, maar laat de grote steden links liggen en richt zich vooral op het platteland. Een interessante setting voor een speelfilm; behalve een enkeling eerder, waagden niet veel regisseurs zich hieraan. Juist door dit zeer sporadische optreden van het platteland en haar bevolking, is het des te interessanter te zien hóe deze setting verbeeld en getoond wordt. ‘Iedere scène ademt de sfeer van het beeldschone Peruaanse platteland', zo vertelt de website van de film ons alvast. Dit klinkt wel als een zeer geromantiseerd beeld van het platteland, dat in werkelijkheid naast zeer zeker prachtige landschappen en fotogenieke mensen ook bittere armoe en achterstanden kent. Zaak hierbij kritisch te blijven dus. De beslissing delen van de film te laten verwijzen naar de bloederige jaren tachtig en negentig in Peru getuigt van een behoorlijke portie lef bij de maker. Dit thema wordt in Europese films niet dikwijls aangehaald gezien het niet altijd toereikend historisch besef en een soms wat eenzijdig beeld van het land. Doordat Kristinsson vooral lokale bevolking heeft mee laten werken aan zijn film, is de kans op een genuanceerd beeld bij voorbaat in ieder geval aanwezig. Als Kristinsson verschillende mensen in beeld en aan het woord heeft laten komen, kan dit wel eens een bijzondere film opleveren. Of een beginnend filmmaker uit de voeten kan met een ingewikkeld narratief als dit, zal ook blijken. |