De Zuid-Koreaanse filmmaker Kim Ki-Duk mag je gerust een laatbloeier noemen. Hij timmert pas sinds 1996 - toen hij zijn debuut maakte met 'Crocodile' - serieus aan de weg als regisseur, maar sommige van zijn films worden als neoklassiekers bestempeld. Met 'Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring' (2003), 'Samaritan Girl' (2004) en 'Bin Jip' (2004) maakte de Aziatische regisseur in vliegensvlugge vaart naam als wonderkind. Ook het westen liep warm voor Kim Ki-Duk, die vrijwel direct al zijn eigen stijl van filmen had en daarvan sindsdien nauwelijks meer is afgeweken. Niet slecht voor iemand die niet eens specifiek film heeft gestudeerd, maar zich aanvankelijk op de schone kunsten in het algemeen richtte. Het belangrijkste kenmerk van het werk van Kim Ki-Duk is dat er in zijn films nauwelijks gesproken wordt. Personages willen of kunnen niet praten en door die zwijgzaamheid ontstaan vaak prachtige poëtische en spirituele zoektochten. Zijn nieuwste film, 'Breath' ('Soom'), is er ook weer zo eentje.
In 'Breath' is de jonge moeder Yeon de centrale figuur. Wanneer ze erachter komt dat haar man vreemdgaat, raakt ze compleet van slag. Om de tijd te doden zwerft ze urenlang doelloos door de straten. In het midden van de nacht besluit ze een taxi naar de staatsgevangenis te nemen. De zelfmoordpoging van de ter dood veroordeelde crimineel Yin overheerst al dagen het nieuws. Yeon stapt de gevangenis binnen en stelt zich voor als Yins ex-verloofde. De dienstdoende ambtenaar moet niets van haar weten en wil haar wegsturen, maar de hoofdcipier herroept die beslissing en laat haar toch binnen. In de ontmoetingsruimte in het een vreemde gewaarwording. Yin en Yeon kennen elkaar niet en door zijn mislukte zelfmoordpoging is het voor Yin zelfs onmogelijk om te praten. Maar daar zit Yeon niet mee; zij praat en hij luistert. Zo af en toe knikt of glimlacht hij, maar verder reageert hij nauwelijks op de vreemde, jonge vrouw die hem is komen opzoeken. Desondanks ontstaat er toch een zekere genegenheid, die alleen maar sterker wordt wanneer Yeon enkele dagen later opnieuw op bezoek komt. Dit keer heeft ze zich voorbereid.
Kim Ki-Duk is een snelfilmer. Sinds zijn debuut in 1996 jaste hij er al veertien films doorheen en met nummer vijftien is hij ook al druk bezig. Dat levert pareltjes als het al eerder genoemde 'Bin Jip' op, maar je moet ook niet verbaasd zijn als er af en toe een mindere film tussen zit. Een film waarbij de regisseur vooral teert op de succesformules die zich in het verleden reeds hebben bewezen en het filmpubliek niet (meer) kunnen verrassen. 'Breath' zou best wel eens in die categorie kunnen vallen. Inhoudelijk roept de film herinneringen op aan 'Bin Jip' en 'The Bow' (2005) - de film die het eerste teken aan de wand was dat het allemaal niet vanzelf gaat, zelfs niet bij een megatalent als Kim Ki-Duk - en ook wat stijl betreft past 'Breath' precies in zijn oeuvre. Alles wat zijn werk zo kenmerkt, vind je in deze film ook weer terug; een spirituele zoektocht, korte gewelduitspattingen, een liefdesverhaal gedoopt in een licht surrealistische en kleurrijke setting en de broodnodige (boeddhistische) metaforen. Ook de thema's liefde en jaloezie zijn weer alom vertegenwoordigd. En nog steeds weten we nauwelijks iets over de achtergronden en de beweegredenen van de personages; hun daden en blikken zouden volgens Kim Ki-Duk voor zich moeten spreken.
Wat wél anders is, is dat de regisseur voor het eerst samenwerkt met een acteur die niet uit Korea afkomstig is. De rol van Yin wordt namelijk gespeeld door de populaire Taiwanese acteur Chen Chang, onder meer bekend uit het veelgeprezen 'Crouching Tiger, Hidden Dragon' (2000), de film van Ang Lee die maar liefst vier Oscars in de wacht sleepte waaronder die voor de beste buitenlandse film. De vrouwelijke hoofdrol is voor Ji-a Park, die we eerder zagen in 'Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring'. Jung-woo Ha heeft een kleinere maar cruciale rol als haar ontrouwe echtgenoot, terwijl Kim Ki-Duk zelf aantreedt als de man achter de bewakingscamera in de gevangenis, die beslist over het lot van Yin en Yeon. Hij bepaalt namelijk wanneer het bezoekuur voorbij is en aangezien hij zelf ook wel een oogje heeft op Yeon, grijpt hij soms op cruciale momenten in. Wie wil kan hierin een aardige knipoog zien naar de controlerende functie die de regisseur búiten de vier kaders van de film vervult.
Omdat dit het zoveelste filmproject van Kim Ki-Duk in korte tijd is, kan 'Breath' wel eens als een massaproduct aanvoelen. Je zou willen dat de regisseur voor zijn volgende film wat meer tijd neemt, zodat het weer iets bijzonders is wanneer er een nieuw werkje van hem uitkomt. Desondanks blijft elk project van deze Koreaanse filmmaker interessant, omdat ze allemaal in de hem zo kenmerkende stijl zijn gegoten. Het mag dan een herhaling van zetten zijn, op cinematografisch gebied is het een en al pracht en praal wat de klok slaat. Het geheel is misschein alleen wat gemakzuchtiger in elkaar gezet. Of dat de pret mag drukken moet ieder maar voor zich bepalen. |