De bijnaam van Rio de Janeiro luidt cidade maravilhosa, wat zoiets als Prachtige Stad betekent. Associaties met Copacabanastranden en vooral veel zon duiken spontaan op. Maar achter die toeristische prentkaartjes huist er een etterbuil die met de regelmaat van de klok openbarst. Films als ‘Cidade de Deus' en ‘Tropa de Elite' portretteerden de Braziliaanse samenleving als een jungle waarin een mensenleven niets waard is. Een wereld die beheerst wordt door leugens, geweld en corruptie en waarin rechtvaardigheid een loos begrip is. Tegen deze achtergrond besluit een radeloos hoofdpersonage tot een drastische actie. Een actie met alleen maar verliezers tot gevolg. Regisseur Bruno Barreto bevond zich op het moment van de gijzeling in New York en vernam via de media over de gebeurtenissen in zijn vaderland. Zijn dochter werkte als assistent-producer mee aan de documentaire van José Padilha die in 2002 verscheen. Na het zien hiervan raakte Barreto onmiddellijk geïntrigeerd door het gegeven: moeder en zoon, allebei twee wezen van de maatschappij. Hij belde Bráulio Mantovani, scenarist van ‘Cidade de Deus' en legde hem het concept uit. In tegenstelling tot deze laatste film zou nu het geweld als decor dienen voor een menselijk drama. De buskaping vormt daarbij het orgelpunt in het leven van Sandro, het hoofdpersonage. In 2000 filmde Barreto ‘Bossa Nova', een komedie en romantische ode aan Rio de Janeiro. Nu, acht jaar later, komt hij op de proppen met een tegenhanger. "Dat ben ik," reflecteert hij op zichzelf. "Een deel van me is dwaas, goedhartig en week. Het andere deel is tragisch, impulsief en gewelddadig. Eigenlijk lijkt Rio de Janeiro heel fel op de persoon Bruno Barreto." Ook de personages in de film zijn dubbel. Niemand is compleet goed of slecht. Een bewuste keuze. "Het publiek moet zich in de karakters inleven, maar niet sympathiseren. Op die manier bespeurt de kijker - zonder over iemand een oordeel te vellen - een licht ongemak als hij zich toch lijkt te identificeren met een figuur, die walging oproept." De cast bestaat uit een mix van professionele acteurs en amateurs. Allemaal redelijk onbekend. Dit om te vermijden dat het publiek een ‘voorgeschiedenis' heeft met één of andere bekende kop, waardoor het publiek moeite zou hebben om in het verhaal te komen. Het accent ligt op ziel van de film. Barreto ronselde zijn hoofdacteurs in de favela's waar regelmatig acteercursussen gegeven worden. De regisseur heeft ondanks hun onbekende status niets dan lof. "Die mix van profs en amateurs kan op een ramp uidraaien. Zet een hond of een kind voor de camera en ze gaan geheid met de scène lopen. Omdat ze zichzelf zijn en niet acteren. Maar de professionals namen de uitdaging aan in de workshops. De hele cast was in vorm." Tijdens die repetities moesten acteurs en actrices hun tekst zelf verzinnen. En die improvisaties zaten naar verluidt dicht bij de geschreven dialogen. ‘Last stop 174' vertelt het verhaal van een nobody die zijn fifteen minutes of fame op een tragische en discutabele manier beleefde. Kleine garnaal Sandro staat waarschijnlijk symbool voor zovele anderen die met moeite overleven. Niet alleen in Rio maar in duizenden steden over de hele wereld. En in omstandigheden die net zo goed in het Engeland van Dickens, het Frankrijk van Victor Hugo of in de 21ste eeuw zouden kunnen passen. De eerste beelden verraden alvast een pakkend drama waarin geweld net zo alledaags is als een brood bij de bakker. Feit is dat deze film zeker niet onopgemerkt zal voorbijgaan en de Braziliaanse cinema alweer een heuse kopstoot uitdeelt. |